NJ 1999, 764
Industriële en commerciële eigendom / handelsnaam
HvJ EG 11-05-1999, ECLI:EU:C:1999:240
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
11 mei 1999
- Magistraten
Rodríguez Iglesias, Kapteyn, Jann, Moitinho de Almeida, Gulmann, Murray, Ragnemalm, Sevón, Walthelet
- Zaaknummer
C-255/97
- Conclusie
A-G Mischo
- LJN
AC2019
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1999:240, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 11‑05‑1999
- Wetingang
Essentie
Artikelen 30 en 52 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikelen 28 en 43 EG) — Industriële en commerciële eigendom — Handelsnaam.
Samenvatting
De artikelen 30 en 52 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikelen 28 en 43 EG) verzetten zich niet tegen een nationale bepaling volgens welke het wegens verwarringsgevaar verboden is een handelsnaam als bijzondere benaming van een onderneming te gebruiken.1
Partij(en)
Pfeiffer Großhandel GmbH,
tegen
Löwa Warenhandel GmbH.
Uitspraak
Arrest
1
Bij beschikking van 24 maart 1997, ingekomen bij het Hof op 14 juli daaraanvolgend, heeft het Handelsgericht Wien het Hof krachtens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.