AB 1999, 362
Aanspraak op Nederlandse studiefinanciering van in Antwerpen studerend Belgisch meisje wier ouders in België wonen, maar in Nederland werkzaam zijn.
HvJ EG 08-06-1999, ECLI:EU:C:1999:284, m.nt. F.H. van der Burg (arrest Meeusen)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
8 juni 1999
- Magistraten
Puissochet, Jann, Mancini, Moitinho de Almeida, Gulmann, Edward
- Zaaknummer
C-337/97
- Noot
F.H. van der Burg
- LJN
ZB8477
- Roepnaam
arrest Meeusen
- JCDI
JCDI:ADS866234:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1999:284, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 08‑06‑1999
- Wetingang
Essentie
Aanspraak op Nederlandse studiefinanciering van in Antwerpen studerend Belgisch meisje wier ouders in België wonen, maar in Nederland werkzaam zijn.
Samenvatting
Het kind ten laste van en onderdaan van een lid-staat die in een andere lid-staat arbeid in loondienst verricht, doch die blijft wonen in de lid-staat waarvan hij of zij onderdaan is, kan zich beroepen op art. 7 lid 2 verordening 1612/68 ter verkrijging van studiefinanciering onder dezelfde voorwaarden als gelden voor kinderen van onderdanen van de staat van tewerkstelling, en in het bijzonder zonder dat een nadere voorwaarde betreffende de woonplaats van het kind kan worden gesteld. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.