NJ 2001, 595
5 sub 1 EEX. Bevoegdheid inzake verbintenissen uit overeenkomst. Plaats uitvoering verbintenis. Handhaving ‘Tessili’-leer.
HvJ EG 28-09-1999, ECLI:EU:C:1999:456, m.nt. P. Vlas
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
28 september 1999
- Magistraten
Rodríguez Iglesias, Kapteyn, Puissochet, Hirsch, Jann, Moitinho de Almeida, Gulmann, Murray, Edward, Ragnemalm, Sevón, Wathelet, Schintgen
- Zaaknummer
C-440/97
- Conclusie
A-G Ruiz-Jarabo Colomer
- Noot
P. Vlas
- LJN
AD6360
- JCDI
JCDI:ADS115817:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1999:456, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 28‑09‑1999
- Wetingang
EEX-Verdrag art. 5 onder 1
Essentie
Art. 5 sub 1 EEX. Bevoegdheid inzake verbintenissen uit overeenkomst. Plaats van uitvoering van de verbintenis. Handhaving ‘Tessili’-leer.
Samenvatting
Art. 5 sub 1 EEX moet aldus worden uitgelegd, dat de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd in de zin van deze bepaling, moet worden bepaald overeenkomstig het recht dat volgens de collisieregels van de aangezochte rechter op de betrokken verbintenis van toepassing is.
Partij(en)
Gie Groupe Concorde e.a.,
tegen
Kapitein van het schip ‘Suhadiwarno Panjan’ e.a.
Voorgaande uitspraak
Hof van Justitie EG:
Arrest
1
Bij arrest van 9 december 1997, ingekomen bij het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.