NJ 2001, 91
2 en 5 sub 1 EEX. Agentuurovereenkomst. Plaats uitvoering verbintenis. Vordering gebaseerd op verschillende verbintenissen uit eenzelfde overeenkomst. Litigieuze verbintenissen als gelijkwaardig aangemerkt. Bevoegdheid aangezocht gerecht om van gehele vordering kennis te nemen.
HvJ EG 05-10-1999, ECLI:EU:C:1999:483, m.nt. P. Vlas
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
5 oktober 1999
- Magistraten
Rodríguez Iglesias, Kapteyn, Puissochet, Hirsch, Jann, Moitinho de Almeida, Gulmann, Murray, Edward, Ragnemalm, Sevón, Wathelet, Schintgen
- Zaaknummer
C-420/97
- Conclusie
A-G Léger
- Noot
P. Vlas
- LJN
AB9202
- JCDI
JCDI:ADS158759:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1999:483, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 05‑10‑1999
- Wetingang
Essentie
Art. 2 en 5 sub 1 EEX. Agentuurovereenkomst. Plaats van uitvoering van de verbintenis. Vordering gebaseerd op verschillende verbintenissen uit eenzelfde overeenkomst. Litigieuze verbintenissen zijn als gelijkwaardig aangemerkt. Bevoegdheid van het aangezochte gerecht om van de gehele vordering kennis te nemen.
Samenvatting
Art. 5 sub 1 EEX (versie 1978) moet aldus worden uitgelegd, dat in geval van een vordering die op twee gelijkwaardige, uit eenzelfde overeenkomst voortvloeiende verbintenissen berust, niet één rechter bevoegd is om kennis te nemen van de gehele vordering, wanneer volgens de collisieregels van de staat van die rechter een van die verbintenissen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.