NJ 2000, 730
HvJ EG, 27-06-2000, nr. C-240/98, nr. C-241/98, nr. C-242/98, nr. C-243/98, nr. C-244/98: Océano
HvJ EG 27-06-2000, ECLI:EU:C:2000:346 (Océano)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
27 juni 2000
- Magistraten
Rodríguez Iglesias, Sevón, Kapteyn, Gulmann, Puissochet, Hirsch, Jann, Ragnemalm, Wathelet, Skouris, Macken, Saggio
- Zaaknummer
C-240/98
C-241/98
C-242/98
C-243/98
C-244/98
- LJN
AD3215
- Roepnaam
Océano
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2000:346, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 27‑06‑2000
- Wetingang
EG-Verdrag art. 189 derde alinea (oud); EG-Verdrag art. 249 derde alinea; EG-Richtlijn nr. 93/13
Essentie
Richtlijn 93/13/EEG. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Forumkeuzebeding. Bevoegdheid van rechter om ambtshalve te toetsen, of dergelijk beding oneerlijk is.
Samenvatting
De bescherming die richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten de consumenten biedt, vereist, dat de nationale rechter bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van een bij de nationale gerechten ingediende vordering ambtshalve kan toetsen, of een beding in de hem voorgelegde overeenkomst oneerlijk is.
De nationale rechter moet bij de toepassing van bepalingen van nationaal recht van eerdere of latere datum dan de richtlijn, deze zoveel mogelijk uitleggen in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.