AB 2001, 314
Onvolledige omzetting van EEG-richtlijn in bepalingen van nationaal recht; de richtlijnconforme interpretatie van de nationale rechter kan het bezwaar van de onvolledige omzetting niet opheffen.
HvJ EG 10-05-2001, ECLI:EU:C:2001:257, m.nt. F.H. van der Burg
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
10 mei 2001
- Magistraten
la Pergola, Wathelet, Edward, Jann, Sevón
- Zaaknummer
C-144/99
- Noot
F.H. van der Burg
- LJN
AN6766
- JCDI
JCDI:ADS866151:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2001:257, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 10‑05‑2001
- Wetingang
EG-Richtlijn nr. 93/13 art. 4 lid 2; EG-Richtlijn nr. 93/13 art. 5; BW art. 3:35; BW art. 6:233; BW art. 6:248
Essentie
Onvolledige omzetting van EEG-richtlijn in bepalingen van nationaal recht; de richtlijnconforme interpretatie van de nationale rechter kan het bezwaar van de onvolledige omzetting niet opheffen.
Samenvatting
De uitvoering van een richtlijn vereist niet noodzakelijkerwijs een optreden van de wetgever van elke lid-staat. Het betrokken nationale recht dient echter daadwerkelijk de volledige toepassing van de richtlijn te verzekeren. De uit de richtlijn voortvloeiende rechtssituatie moet voldoende bepaald en duidelijk zijn en de begunstigden moeten in staat zijn kennis te nemen van al hun rechten. Zij moeten die rechten zo nodig geldend kunnen maken voor de nationale rechter. De richtlijnconforme ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.