Ondernemingsrecht 2002, 15
HvJ EG, 04-12-2001, nr. C-208/00
HvJ EG 04-12-2001, ECLI:EU:C:2001:655, m.nt. G.M. ter Huurne
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
4 december 2001
- Zaaknummer
C-208/00
- Noot
G.M. ter Huurne
- LJN
BE8053
- JCDI
JCDI:ADS878181:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2001:655, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 04‑12‑2001
Essentie
Conclusie A–G Hof van Justitie EG inzake Überseering tegen NCC (C-208/00)
Voorgaande uitspraak
Feiten en prejudiciële vragen
Op 4 december 2001 concludeerde A–G Colomer in de zaak van Überseering B.V. ('Überseering') tegen NCC Nordic Construction Company Baumanagement GmbH ('NCC') voor het Europees Hof van Justitie.1 Deze zaak is relevant voor de vraag of de in Duitsland gehanteerde leer van de feitelijke zetel verenigbaar is met de door het EG-Verdrag gegarandeerde vrijheid van vestiging.
Überseering is rechtsgeldig opgericht naar Nederlands recht. Zij heeft een stuk bebouwde grond verworven in Duitsland en heeft NCC in 1992 opdracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.