NJ 2006, 489
Staatssteun. Art. 93, lid 3, EG-Verdrag (thans art. 88, lid 3, EG). Steunvoornemen. Verbod om voorgenomen maatregelen vóór eindbeslissing van Commissie tot uitvoering te brengen. Strekking van verbod indien steun in vrijstelling van heffing bestaat. Vaststelling van personen die zich op eventuele schending kunnen beroepen.
HvJ EG 13-01-2005, ECLI:EU:C:2005:10
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
13 januari 2005
- Magistraten
P. Jann, A. Rosas, K. Lenaerts, S. von Bahr, K. Schiemann
- Zaaknummer
C-174/02
- Conclusie
A-G L.A. Geelhoed
- LJN
AT4136
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2005:10, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 13‑01‑2005
- Wetingang
EG-Verdrag art. 88 lid 3 laatste volzin
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 234 EG-Verdrag, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden, bij beslissing van 8 maart 2002.
Staatssteun. Art. 93, lid 3, EG-Verdrag (thans art. 88, lid 3, EG). Steunvoornemen. Verbod om voorgenomen maatregelen vóór eindbeslissing van Commissie tot uitvoering te brengen. Strekking van verbod indien steun in vrijstelling van heffing bestaat. Vaststelling van personen die zich op eventuele schending kunnen beroepen.
Samenvatting
Art. 93 lid 3 laatste volzin EG-Verdrag (thans art. 88 lid 3, laatste volzin, EG), moet aldus worden uitgelegd, dat een justitiabele die onderworpen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.