NJ 2006, 225
Beginsel ‘ne bis in idem’. Werkingssfeer. Beslissing van rechterlijke autoriteiten van lidstaat om tegen persoon geen strafvervolging in te stellen enkel op grond dat in andere lidstaat analoge procedure is ingeleid.
HvJ EG 10-03-2005, ECLI:EU:C:2005:156, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
10 maart 2005
- Magistraten
R. Silva de Lapuerta, R. Schintgen, P. Kûris
- Zaaknummer
C-469/03
- Conclusie
A-G A. Tizzano
- Noot
J.M. Reijntjes
- LJN
AW2849
- JCDI
JCDI:ADS158805:1
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2005:156, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 10‑03‑2005
- Wetingang
Uitv. overeenkomst Akkoord van Schengen art. 54
Essentie
Zaak C-469/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 35 EU, ingediend door het Tribunale di Bologna (Italië), bij beslissing van 22 september 2003.
Artikel 54 van Overeenkomst ter uitvoering van Schengen-Overeenkomst.
Beginsel ‘ne bis in idem’. Werkingssfeer. Beslissing van rechterlijke autoriteiten van lidstaat om tegen persoon geen strafvervolging in te stellen enkel op grond dat in andere lidstaat analoge procedure is ingeleid.
Samenvatting
Het beginsel ‘ne bis in idem’, neergelegd in artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.