NJ 2006, 373
Verblijfsverbod en besluit tot verwijdering op grond van strafbare feiten. Beroep in rechte dat enkel betrekking heeft op rechtmatigheid van maatregel tot beëindiging van verblijf van betrokkene. Geen opschortende werking van beroep. Recht van betrokkene om doelmatigheidsoverwegingen geldend te maken voor adviesverlenende instantie. Associatieovereenkomst EEG-Turkije.
HvJ EG 02-06-2005, ECLI:EU:C:2005:340
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
2 juni 2005
- Magistraten
A. Rosas, A. Borg Barthet, S. von Bahr, J. Malenovský, U. Lõhmus
- Zaaknummer
C-136/03
- Conclusie
A-G M. Poiares Maduro
- LJN
AU0483
- JCDI
JCDI:ADS154931:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2005:340, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 02‑06‑2005
- Wetingang
Essentie
Zaak C-136/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) bij beslissing van 18 maart 2003. Vrij verkeer van personen. Openbare orde. Richtlijn 64/221/EEG. Artikelen 8 en 9. Verblijfsverbod en besluit tot verwijdering op grond van strafbare feiten. Beroep in rechte dat enkel betrekking heeft op rechtmatigheid van maatregel tot beëindiging van verblijf van betrokkene. Geen opschortende werking van beroep. Recht van betrokkene om doelmatigheidsoverwegingen geldend te maken voor adviesverlenende instantie. Associatieovereenkomst EEG-Turkije.
Samenvatting
Artikel 9, lid 1, van richtlijn 64/221/EEG voor de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.