NJ 2006, 488
Beginsel ne bis in idem. Toepassing ratione temporis. Begrip ‘dezelfde feiten’. Invoer en uitvoer van verdovende middelen waarvoor vervolging in verschillende overeenkomstsluitende staten is ingesteld.
HvJ EG 09-03-2006, ECLI:EU:C:2006:165, m.nt. M.R. Mok
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
9 maart 2006
- Magistraten
C.W.A. Timmermans, R. Schintgen R. Silva de Lapuerta, G. Arestis, J. Klučka
- Zaaknummer
C-436/04
- Conclusie
A-G D. Ruiz-Jarabo Colomer
- Noot
M.R. Mok
- LJN
AW8904
- JCDI
JCDI:ADS22256:1
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:165, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 09‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 35 EU, ingediend door het Hof van Cassatie (België) bij beslissing van 5 oktober 2004.
Beginsel ne bis in idem. Toepassing ratione temporis. Begrip ‘dezelfde feiten’. Invoer en uitvoer van verdovende middelen waarvoor vervolging in verschillende overeenkomstsluitende staten is ingesteld.
Samenvatting
1)
Het beginsel ne bis in idem, dat is neergelegd in artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, ondertekend op 19 juni 1990, moet toepassing vinden op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.