Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.5.5:10.5.5 Conclusie
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.5.5
10.5.5 Conclusie
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590683:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
621. Aan de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW ontleent de schuldenaar een vergaande bescherming bij met name verrekening, het instellen van een eis in reconventie en het leggen van derdenbeslag onder zichzelf ten laste van de stille cedent, in vergelijking met een overgang van de vordering anders dan door stille cessie, waarbij de oude schuldeiser ( ook) krachtens privatieve last inningsbevoegd is. De schuldenaar kan op grond van art. 3:94 lid 3 BW tot het moment van mededeling verrekenen op grond van art. 6:127 BW, een eis in reconventie instellen op grond van art. 136 Rv en derdenbeslag leggen onder zichzelf op grond van art. 475 e.v. Rv. Hij kan tot het moment van mededeling de stille cedent in alle opzichten voor zijn schuldeiser houden. Na het moment van mededeling kan de schuldenaar geen eis in reconventie meer instellen en evenmin derdenbeslag leggen onder zichzelf. Hij is bevoegd om te verrekenen binnen de grenzen van art. 6:127 jo 6:130 lid 1 jo 3:94 lid 3 BW. Voor de toepassing van art. 6:130 lid 1 BW is niet het moment van overgang, maar het moment van mededeling beslissend. De schuldenaar blijft bij een overgang van de vordering anders dan door stille cessie ook bevoegd om op te schorten op grond van art. 6:52 BW (en art. 6:262-263 BW) zolang aan het vereiste van voldoende samenhang is voldaan. Ten aanzien van opschorting geeft art. 3:94 lid 3 BW derhalve geen aanvullende bescherming.