De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/7.2.1:7.2.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/7.2.1
7.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS376350:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien nakoming gedeeltelijk onmogelijk wordt, kan de schuldenaar zich van zijn verplichting tot nakoming bevrijden door de nog mogelijke prestatie te verrichten. In par. 7.2.2 bespreek ik het recht op gedeeltelijke omzetting en ontbinding. Tegen een vordering van de schuldeiser tot nakoming van het nog mogelijke gedeelte kan de schuldenaar zich onder omstandigheden verweren met de stelling dat de gedeeltelijke onmogelijkheid met volledige onmogelijkheid moet worden gelijkgesteld. Een schuldenaar, die het nog mogelijke gedeelte van de verbintenis wil nakomen, kan op zijn beurt worden geconfronteerd met de stelling van de schuldeiser dat de betekenis van het gedeelte waarvan nakoming niet-mogelijk is een zo wezenlijk onderdeel van de verbintenis vormt dat schuldenaar zijn recht om na te komen volledig verliest. In par. 7.2.3 bespreek ik de vraag welke maatstaf moet worden gehanteerd bij de beoordeling of de gedeeltelijke onmogelijkheid met de volledige onmogelijkheid kan worden gelijkgesteld.