HR, 24-09-2019, nr. 18/00884
ECLI:NL:HR:2019:1350
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24-09-2019
- Zaaknummer
18/00884
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Politierecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2019:1350, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24‑09‑2019; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:603
ECLI:NL:PHR:2019:603, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑06‑2019
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1350
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2019-0237 met annotatie van J.H.J. Verbaan
NbSr 2019/297
Uitspraak 24‑09‑2019
Inhoudsindicatie
Belediging van twee politieagenten in op internet/YouTube geplaatste documentaire/videoclip door Rotterdamse rapper. Eenvoudige belediging van ambtenaar, art. 266 jo. 267 Sr. Bewijsklacht. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat het verdachte is geweest die heeft beledigd door “dit (opgenomen) filmpje te plaatsen op Youtube, althans een internetsite”, niet z.m. kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde b.m., is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00884
Datum 24 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 november 2017, nummer 22/005114-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft het onder parketnummer 10-183768-16 bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10‑183768-16 tenlastegelegde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 10-183768-16 bewezenverklaard dat:
“hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen, in de periode van 01 juli 2016 tot en met 05 september 2016 te Rotterdam, meermalen opzettelijk twee ambtenaren, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten het uitreiken van een betekening in persoon, in het openbaar en in hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, door dit gesprek (middels een camera) (audio-visueel) op te (laten) nemen en te wijzen naar en in te zoomen op beide ambtenaren en daarbij te zeggen ‘geef die flikkers een beetje shine’, en (vervolgens) dit (opgenomen) filmpje te plaatsen op Youtube, althans een internetsite (onder [naam 2] ).”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer PL 1700‑2016290860-1, opgemaakt en op 6 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant] , voor zover inhoudende als de op 5 september 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [benadeelde 1] :
In het filmpje zijn mijn collega [benadeelde 2] en ik te zien, terwijl wij in gesprek zijn met [verdachte] op 1 juli 2016. Wij zijn in uniform gekleed en derhalve herkenbaar als politieambtenaren. Wij spraken met hem omdat hij een betekening in persoon open had staan, welke wij aan hem uitreikten.
In de video zegt [verdachte] op enig moment in de camera: “Ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine.” Hierbij wijst [verdachte] in onze richting en zoomt de camera op ons in. Hierbij zijn mijn collega [benadeelde 2] en ik volledig in beeld. Het beeld is scherp en helder waardoor onze gezichten zeer goed en volledig herkenbaar in beeld zijn.
Door wat hij in de video over mij zegt, voel ik mij beledigd en in mijn eer en goede naam aangetast.
Daarbij is de video op Youtube al ruim 55.000 keer bekeken, waardoor beschaamde gevoel enorm wordt versterkt.
2. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer PL 1700‑2016290875-1, opgemaakt en op 6 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant] , voor zover inhoudende als de op 5 september 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [benadeelde 2] :
In het filmpje ben ik op enig moment samen te zien met mijn collega [benadeelde 2] . Wij zijn in herkenbaar uniform gekleed en hebben op een werkgerelateerde wijze contact met [verdachte] . Als wij in gesprek zijn met [verdachte] wordt dit door een mij onbekend gebleven persoon gefilmd. In het filmpje dat te zien is op internet blijkt dit gesprek deels te zijn vastgelegd. Op enig moment wordt ik, samen met mijn collega [benadeelde 2] , door [verdachte] beledigd met de woorden: “Ze willen gewoon shine, geef die flikkers een beetje shine.” Dit is in het filmpje duidelijk te horen en zien.
Wat mij vooral steekt is dat deze video inmiddels al 55.000 keer is bekeken op Youtube.
3. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer L 1700‑2016290860‑2, opgemaakt en op 5 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaren [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , voor zover inhoudende bevindingen van de verbalisanten of een van hen:
Op 1 juli 2016 waren wij, verbalisanten in uniform gekleed, te Rotterdam.
Terwijl wij met [verdachte] in gesprek waren, werden wij, alsmede [verdachte] door twee personen gefilmd met een professioneel uitziende camera. Nadat wij [verdachte] de betekening in persoon hadden overhandigd, rondden wij het gesprek af en gingen met vervolg. Hierbij werden wij voortdurend gefilmd totdat wij uit het zicht verdwenen.
Op 31 augustus 2016, werd ik, verbalisant [benadeelde 1] tijdens mijn dienst aangesproken door een collega. Hij vertelde mij dat ik te zien was in een filmpje op Youtube. Hij liet mij een filmpje zien op zijn telefoon. Het filmpje was genaamd [naam 2] Dit filmpje betrof een documentaire/videoclip rondom [verdachte] . Hierin werden onder andere de beelden vertoond die op 1 juli 2016 van ons waren opgenomen. In het filmpje worden door [verdachte] diverse beledigingen geuit naar mijn ons, een andere collega en de politie in het algemeen.
Ik, verbalisant [benadeelde 2] , hoorde al enkele dagen collega's tegen mij zeggen dat ik te zien was op Youtube.
Tussendoor zien wij dat [verdachte] op enige afstand van ons in de camera praat. Wij horen dat hij onder andere zegt: “(...) ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine”. Hierbij zien wij onszelf op de achtergrond staan, en op het moment dat [verdachte] dit zegt, zien wij dat hij naar ons wijst. Hierna zoomt de camera in op ons, en staan wij enkele seconden wederom vol, helder en, scherp in beeld.”
2.3
Aangezien de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-183768-16 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat het de verdachte is geweest die heeft beledigd door “dit (opgenomen) filmpje te plaatsen op Youtube, althans een internetsite (onder [naam 2] )”, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4
Het middel is terecht voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-183768-16 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2019.
Conclusie 25‑06‑2019
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Belediging van politieagenten. Art. 266 en 267 Sr. Verdachte heeft terwijl er wordt gefilmd in de camera gezegd: “ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine” en heeft daarbij op de politieagenten gewezen terwijl zij vol in beeld zijn. Die opname is op internet geplaatst. Slagende bewijsklacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het de verdachte is geweest die het filmpje op Youtube heeft geplaatst. De AG adviseert de Hoge Raad het arrest v an het hof partieel te vernietigen en terug te wijzen.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00884
Zitting 25 juni 2019
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
Inleiding
Bij arrest van 29 november 2017 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam bevestigd, waarbij de verdachte wegens onder parketnummer 10-146634-16 “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en onder parketnummer 10-183768-16 “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken en waarbij beslissingen zijn genomen op vorderingen van benadeelde partijen.
De verdachte is de Rotterdamse rapper [naam 1] die in twee verschillende zaken is veroordeeld voor het beledigen van politieagenten. De zaak waar het in cassatie om gaat, parketnummer 10-183768-16 (hierna: zaak 2), betreft twee politieagenten die aan de verdachte een betekening in persoon uitreikten. Een onbekend gebleven persoon filmde op dat moment de verdachte en de politieagenten, waarop de verdachte in de camera zei: ‘‘ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine” en in de richting van de politieagenten wees, waarbij de camera op de politieagenten inzoomde en zij volledig herkenbaar in beeld waren. Dit fragment is enige tijd later als onderdeel van een documentaire/videoclip rondom de verdachte op internet/Youtube geplaatst. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij deze uitlatingen heeft gedaan én dat hij het filmpje op internet heeft geplaatst.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. R.J. Baumgardt en mr. P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de bewezenverklaring in zaak 2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
4. Ten laste van de verdachte is in zaak 2 bewezen verklaard dat:
“hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in de periode van 01 juli 2016 tot en met 05 september 2016 te Rotterdam, meermalen opzettelijk twee ambtenaren, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten het uitreiken van een betekening in persoon, in het openbaar en hun tegenwoordigheid heeft beledigd, door dit gesprek (middels een camera) (audio-visueel) op te (laten) nemen en te wijzen naar en in te zoomen op beide ambtenaren en daarbij te zeggen ‘geef die flikkers een beetje shine’ en (vervolgens) dit (opgenomen) filmpje te plaatsen op Youtube, althans een internetsite (onder [naam 2] )”
5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende in het proces-verbaal van de politierechter-zitting van 10 november 2016 opgenomen bewijsmiddelen:
“Parketnummer 10-183768-16
1. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer PL 1700- 2016290860-1, opgemaakt en op 6 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant] , voor zover inhoudende als de op 5 september 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [benadeelde 1] :
In het filmpje zijn mijn collega [benadeelde 2] en ik te zien, terwijl wij in gesprek zijn met [verdachte] op 1 juli 2016. Wij zijn in uniform gekleed en derhalve herkenbaar als politieambtenaren. Wij spraken met hem omdat hij een betekening in persoon open had staan, welke wij aan hem uitreikte.
In de video zegt [verdachte] op enig moment in de camera: ‘‘Ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine.” Hierbij wijst [verdachte] in onze richting en zoomt de camera op ons in. Hierbij zijn mijn collega [benadeelde 2] en ik volledig in beeld. Het beeld is scherp en helder waardoor onze gezichten zeer goed en volledig herkenbaar in beeld zijn.
Door wat hij in de video over mij zegt, voel ik mij beledigd en in mijn eer en goede naam aangetast.
Daarbij is de video op Youtube al ruim 55.000 keer bekeken, waardoor beschaamde gevoel enorm wordt versterkt.
2. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer PL 1700- 2016290875-1, opgemaakt en op 6 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant] , voor zover inhoudende als de op 5 september 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [benadeelde 2] :
In het filmpje ben ik op enig moment samen te zien met mijn collega [benadeelde 1] . Wij zijn in herkenbaar uniform gekleed en hebben op een werkgerelateerde wijze contact met [verdachte] . Als wij in gesprek zijn met [verdachte] wordt dit door een mij onbekend gebleven persoon gefilmd. In het filmpje dat te zien is op internet blijkt dit gesprek deels te zijn vastgelegd. Op enig moment wordt ik, samen met mijn collega [benadeelde 1] , door [verdachte] beledigd met de woorden: “Ze willen gewoon shine, geef die flikkers een beetje shine.” Dit is in het filmpje duidelijk te horen en zien.
Wat mij vooral steekt is dat deze video inmiddels al 55.000 keer is bekeken op Youtube.
3. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Eenheid-Rotterdam, nummer LI700- 2016290860-2, opgemaakt en op 5 september 2016 ondertekend door de opsporingsambtenaren [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , voor zover inhoudende bevindingen van de verbalisanten of een van hen:
Op 1 juli 2016 waren wij, verbalisanten in uniform gekleed, te Rotterdam.
Terwijl wij met [verdachte] in gesprek waren, werden wij, alsmede [verdachte] door twee personen gefilmd met een professioneel uitziende camera. Nadat wij [verdachte] de betekening in persoon hadden overhandigd, rondde wij het gesprek af en gingen met vervolg. Hierbij werden wij voortdurend gefilmd totdat wij uit het zicht verdwenen.
Op 31 augustus 2016, werd ik, [benadeelde 1] tijdens mijn dienst aangesproken door een collega. Hij vertelde mij dat ik te zien was in een filmpje op Youtube. Hij liet mij een filmpje zien op zijn telefoon. Het filmpje was genaamd " [naam 2] ." Dit filmpje betrof een documentaire/videoclip rondom [verdachte] . Hierin werden onder andere de beelden vertoond die op 1 juli 2016 van ons waren opgenomen. In het filmpje worden door [verdachte] diverse beledigingen geuit naar mijn ons, een andere collega en de politie in het algemeen.
Ik, verbalisant [benadeelde 2] , hoorde al enkele dagen collega's tegen mij zeggen dat ik te zien was op Youtube.
Tussendoor zien wij dat [verdachte] op enige afstand van ons in de camera praat. Wij horen dat hij onder andere zegt: "(...) ze willen gewoon shine. Geef die flikkers een beetje shine". Hierbij zien wij onszelf op de achtergrond staan, en op het moment dat [verdachte] dit zegt, zien wij dat hij naar ons wijst. Hierna zoomt de camera in op ons, en staan wij enkele seconden wederom vol, helder en, scherp in beeld.”
Het middel
6. Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring in zaak 2 niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, omdat kort gezegd daaruit niet blijkt dat het de verdachte is geweest die het filmpje op Youtube heeft geplaatst.
7. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen kan dit inderdaad niet worden afgeleid. Sterker nog, bewijsmiddel 3 doet zelfs vermoeden dat het juist niet de verdachte zelf is geweest, aangezien het filmpje een documentaire/videoclip betreft over de verdachte in het kader van het programma ‘ [naam 3] ’. De klacht is dus terecht voorgesteld.
8. Het middel slaagt.
9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft het onder parketnummer 10-183768-16 bewezen verklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG