AB 2022/81
Vereenvoudigde afdoening. Het door de rechter op basis van art. 8:54 Awb afzien van een zitting is niet in strijd met het Unierecht of het EVRM.
HR 18-06-2021, ECLI:NL:HR:2021:966, m.nt. R. Stijnen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2021
- Magistraten
Mrs. M.E. van Hilten, E.N. Punt, P.M.F. van Loon
- Zaaknummer
20/03667
- Noot
R. Stijnen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS635368:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑06‑2021
ECLI:NL:HR:2021:966, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2021
- Wetingang
Essentie
Vereenvoudigde afdoening. Het door de rechter op basis van art. 8:54 Awb afzien van een zitting is niet in strijd met het Unierecht of het EVRM.
Samenvatting
Wanneer de bestuursrechter op de voet van art. 8:54 Awb besluit het onderzoek ter zitting achterwege te laten, waardoor de belanghebbende niet in de gelegenheid is om in de beroepsprocedure ten overstaan van de bestuursrechter te worden gehoord, worden daarmee de rechten van verdediging beperkt.
Het Handvest noch art. 6 EVRM legt aan de rechter een absolute verplichting op om in alle gerechtelijke procedures ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.