Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§8.4.
§8.4. Controle door openbaarheid
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van der Pot/Elzinga/De Lange (2006), p. 790-791.
Staatscommissie-Elzinga, p. 235.
Voor een verdere bespreking van de werking van de Wet openbaarheid van bestuur wordt hier verder verwezen naar Damen (2009), hoofdstuk 6.
Eén en ander is in eerste instantie uitgevochten aan de hand van de declaraties van oud-burgemeester Peper van Rotterdam. Uiteindelijk besloot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat diens declaraties onder de reikwijdte van de Wob vielen en dus in beginsel openbaar gemaakt moesten worden (ABRvS 25 april 2000m AB 2000, 210). Zie verder Damen (2000).
De term 'controle door openbaarheid' is ontleend aan het Handboek van het Nederlandse Staatsrecht.1 Openbaarheid valt te beschouwen als een vorm van publieke verantwoording. Net als in hoofdstuk 7 (ten aanzien van de rekenkamer(commissie)s) geldt daarbij dat niet alleen van het college, maar ook van de raad openheid van zaken wordt verwacht. Hoewel ook deze publieke verantwoording niet behoort tot de kern van de dualisering (de verhouding tussen de raad en het college wordt hierdoor immers niet gewijzigd), besteedde de Staatscommissie hieraan wel de nodige aandacht in haar rapport. Onder de noemer `rekenschap' zou van publieke verantwoording moeten worden verwacht dat "het publieke debat over beleid en prestatie van de gemeentelijke overheid" erdoor gestimuleerd wordt. Burgers zouden hierdoor in staat gesteld worden de gemeente 'de maat te nemen', hetgeen volgens de Staatscommissie op de langere termijn tot kwaliteitsverbetering zal leiden.2 Wat daar ook van zij: openbaarheid is in ieder geval van belang om ervoor te zorgen dat burgers inzicht hebben in het handelen van de organen, die direct of indirect op grond van de door hun uitgebrachte stemmen zijn samengesteld. Alleen door middel van openbaarheid kunnen burgers inschatten of het optreden van deze organen bij volgende verkiezingen gevolgen zal hebben voor het uitbrengen van hun stem.
Ten aanzien van de gemeentelijke financiën bestaat een grote mate van openbaarheid. De ontwerpbegroting en de jaarrekening zijn openbaar (art. 190 lid 2 respectievelijk 197 lid 3 Gemeentewet). Hetzelfde geldt voor de behandeling ervan. Art. 24 Gemeentewet bevat zelfs een uitdrukkelijk verbod tot het beraadslagen en besluiten over de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening in een besloten vergadering. Ook voor de verklaring en het verslag van bevindingen van de accountant en de rapportages van de rekenkamer(commissie) geldt dat zij openbaar zijn (art. 197 lid 2 respectievelijk art. 185 lid 5 Gemeentewet). Het leerstuk van controle door openbaarheid wordt verder vooral ingevuld door de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), die mede van toepassing is op gemeentelijke bestuursorganen (art. la Wob). Deze wet geeft eenieder het recht informatie en documenten ten aanzien van bestuurlijke aangelegenheden op te vragen (art. 3 Wob). Dit verzoek wordt gehonoreerd, tenzij één van de in art. 10 Wob opgesomde weigeringsgronden in het geding is.3 Gebleken is dat de Wob een probaat middel is om een publieke verantwoording van het gebruik van publieke middelen te bewerkstelligen. Thans is het niet ongebruikelijk dat burgers (met name media) declaraties en andere soorten 'bonnetjes' van gemeentelijke bestuurders opvragen en publiceren.4