Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.3.2
12.3.2 Dient het begrip 'overeenkomst' in EEX-V°/Verdrag autonoom te worden uitgelegd?
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414413:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 200.
Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1071.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 17.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 22.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-466-470; Klauser, EZPR, p. 149; Schlosser, EZPR, p. 150; Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 17; Hof Arnhem 16 januari 2007, NIPR 2007, 136; Rb. Haarlem 24 januari 2007, NIPR 2007, 145.
Rb. Zutphen 27 juli 2000, NIPR 2003, 216; anders: Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1071.
HvJ EG 22 maart 1983, zaak 34/82, Peters/ZNAV, Jur. 1983, p. 987, NJ 1983, 644.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p.I-1774, NJ 1996, 279, r.o. 15.
HvJ EG 22 maart 1983, zaak 34/82, Peters/ZNAV, Jur. 1983, p. 987, NJ 1983, 644, r.o. 9.
Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1070.
Buys, Adv. Bl., 1993, p. 474.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279.
HvJ EG 22 maart 1983, zaak 34/82, Peters/ZNAV, Jur. 1983, p. 987, NJ 1983, 644.
De overeenkomst bedoeld in art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag is een meerzijdige rechtshandeling waarmee partijen de bevoegde rechter hebben aangewezen. Om de inhoud en omvang van de rechtshandeling te kunnen bepalen dient te worden vastgesteld of het een autonoom begrip is of een verwijzing naar een rechtsstelsel en zo ja welk rechtsstelsel. Daardoor zijn de volgende opties (of combinaties) denkbaar:
lex fori;
lex causae;
verdragsautonome interpretatie van 'overeenkomst' ;1
een combinatie van deze mogelijkheden.2
Deze paragraaf gaat alleen over de reikwijdte van het begrip overeenkomst en de vraag of het een autonoom begrip is. Voor de vraag welk recht van toepassing is op de overeenkomst verwijs ik naar par. 12.2. Voorts komen in de par. 12.5 en 12.6 de vragen aan bod welk recht van toepassing is op wilsgebreken resp. op welke wijze een battle of forms dient te worden opgelost.
Het Haags Forumkeuzeverdrag beoogt geen autonome definitie van het begrip `overeenkomst' zodat het verdrag in deze paragraaf niet zal worden besproken. De totstandkoming en inhoud van de overeenkomst moet worden geïnterpreteerd aan de hand van het recht van de staat van de geadieerde rechter.3 Dat recht omvat mede het conflictenrecht, zodat de aangewezen rechter — afhankelijk van de inhoud van het conflictenrecht — de lex fori of lex causae zal toepassen op de overeenkomst.4 Voor commuun internationaal privaatrecht is deze paragraaf evenmin van belang, omdat het commune internationaal privaatrecht geen autonome uitleg van het begrip forumkeuze kent.
Het Hof van Justitie heeft voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag gekozen voor de autonome interpretatie van overeenkomst' .5 Voor het nationale recht inzake forumkeuze bestaat geen ruimte naast de autonome uitleg van 'overeenkomst' onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.6 Dat was geen verrassing, omdat het Hof van Justitie voor art. 5 sub 1 EEX in algemene bewoordingen al had gekozen voor een autonome interpretatie van het begrip 'verbintenissen uit overeenkomst'. Onder verwijzing naar het arrest Peters/ZNAV7 oordeelde het Hof van Justitie in Powell Duffryn/Petereit8 dat 'overeenkomst' een autonoom begrip is:
Gelet op de doelstellingen en de algemene structuur van het Verdrag en om de gelijkheid en eenvormigheid van de rechten en verplichtingen die voor de verdragsluitende staten en de belanghebbende personen uit het Executieverdrag voortvloeien, zoveel mogelijk te verzekeren, is het van belang dat dat begrip niet wordt gezien als een simpele verwijzing naar het interne recht van deze of gene der betrokken staten.' 9
Deze keuze van het Hof van Justitie lijkt mij voor de toepassing van art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag positief, opdat de nationale gerechten in alle EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten een forumkeuze daadwerkelijk uniform beoordelen.10 Bovendien neemt de voorspelbaarheid en rechtszekerheid voor partijen over de toepassing van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag toe (met name voor partijen uit andere EG respectievelijk verdragsluitende staten). Ook acht ik een gelijkluidende beslissing voor art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag en art. 23 EEX-V°/17 Verdrag positief. Aangezien ook statuten van een vennootschap of rechtspersoon als overeenkomst in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag worden beschouwd, kan ten slotte de concentratie van geschillen voor vennootschappen en rechtspersonen een belangrijk voordeel zijn.11
Toch acht ik de autonome uitleg niet steeds aangewezen voor art. 23 EEX-V° 17 Verdrag en in het bijzonder niet voor het begrip `overeenkomst'. Ook in de zaak Powell Duffryn/Petereit12 vraag ik mij af of in deze zaak de autonome uitleg nodig was voor het bereiken van een resultaat in lijn met doelstellingen die het Hof van Justitie noemt. Door autonome uitleg creëert het Hof van Justitie een eigen 'begrippenapparaat' voor EEX-V° en EEX (en indirect het EVEX) naast de begrippen die nationale rechtstelsels kennen en waarmee de rechtsbeoefenaren bekend en vertrouwd zijn. Als voorbeeld noem ik de zaak Peters/ZNAV,13 die hierboven reeds aan de orde kwam. Naast het Nederlandse recht over rechtsverhouding tussen lid en vereniging — geen overeenkomst — ontwikkelt het Hof van Justitie voor de internationale bevoegdheid een verbintenisrechtelijke verhouding (`overeenkomst') die fundamenteel afwijkt van het Nederlandse recht. Afgezien van een enkele internationaal privaatrecht beoefenaar houdt niemand hiermee rekening. Dat zal met name tot onbegrijpelijke situaties leiden, indien naar het toepasselijk recht wel een overeenkomst tot stand is gekomen maar volgens EEX-V°Nerdrag geen forumkeuze en omgekeerd.