Einde inhoudsopgave
RvdW 1991, 253
HR, 13-11-1991, nr. 1133
HR 13-11-1991, ECLI:NL:PHR:1991:AC3294
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
13 november 1991
- Magistraten
Stoffer, Mijnssen, Wildeboer, Urlings, Zuurmond
- Zaaknummer
1133
- LJN
AC3294
- Vakgebied(en)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:AC3294, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 13‑11‑1991
ECLI:NL:PHR:1991:AC3294, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑11‑1991
- Wetingang
Essentie
Onteigening. Pre-processuele kosten. Motiveringsgebrek.
Samenvatting
De onteigende heeft vergoeding gevorderd van de door hem voor het uitbrengen van de dagvaarding gemaakte kosten voor advocaat en deskundige ten bedrage van resp. ƒ 701,13 en ƒ 2112,25. De rechtbank wees die vordering af op grond dat zodanige kosten zijn verdisconteerd in het door haar toegepaste tarief voor te liquideren kosten in onteigeningszaken.
Hoge Raad: Nu de rechtbank niets vermeldt omtrent het door haar toegepaste tarief en ook overigens geen enkel inzicht geeft in haar gedachtengang, behoefde haar vonnis nadere motivering. (Zie voor de parallelzaak van dezelfde datum, nr. 1132 (Mohabir), BR ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.