NJ 1993, 577
Onteigening / vrijkomend kapitaal, bepaling van de omvang daarvan (m.nt. MB)
HR 04-11-1992, ECLI:NL:PHR:1992:AB8926, m.nt. R.A. van Morzer Bruyns
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
4 november 1992
- Magistraten
Stoffer, Wildeboer, Urlings, Herrmann, Fleers, Moltmaker
- Zaaknummer
1142
- Noot
R.A. van Morzer Bruyns
- LJN
AB8926
- JCDI
JCDI:ADS64782:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:AB8926, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 04‑11‑1992
ECLI:NL:PHR:1992:AB8926, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑11‑1992
- Wetingang
Ow art. 40
Essentie
Onteigening. Vrijkomend kapitaal, bepaling van de omvang daarvan.
Samenvatting
Hoge Raad: Door bij de bepaling van de inkomensschade tot uitgangspunt te nemen de in het verleden in het bedrijf behaalde netto-winst heeft de rechtbank de over het vreemde vermogen verschuldige rente reeds in aanmerking genomen. Daarom heeft zij terecht dat vreemde vermogen buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de omvang van het vrijkomende kapitaal, waarvan de rente op de inkomensschade in mindering komt. Daar de vergoeding voor liquidatieschade een vergoeding is voor het in het bedrijf geïnvesteerde kapitaal, vormt die vergoeding een onderdeel van het vrijkomende kapitaal. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.