Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 149
HR, 26-06-1996, nr. 54: Transom
HR 26-06-1996, ECLI:NL:PHR:1996:AD2576 (Transom)
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
26 juni 1996
- Magistraten
R.J.J. Jansen, Bellaart, De Moor, Van der Putt-Lauwers, Van Brunschot
- Zaaknummer
54
- LJN
AD2576
- Roepnaam
Transom
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AD2576, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 26‑06‑1996
ECLI:NL:PHR:1996:AD2576, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑06‑1996
- Wetingang
BW art. 2:248; BW art. 2:350
Essentie
Ondernemingsrecht. Verzoek tot enquête. Gegronde redenen voor twijfel aan juist beleid. Ruime beoordelingsmarge Ondernemingskamer. Overtreding van art. 2:248 lid 2 BW leidt niet automatisch tot toewijzing verzoek.
Samenvatting
De Ondernemingskamer wijst, gezien art. 2:350 lid 1 BW, een verzoek tot enquête slechts toe wanneer blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Aan de Ondernemingskamer, aan wie de afweging van de bij de zaak betrokken belangen is voorbehouden, moet daarbij een ruime beoordelingsmarge worden gelaten. Een geconstateerde overtreding van het bepaalde in art. 2:248 lid 2 BW heeft dan ook geenszins ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.