Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.2.4
17.2.4 Commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415688:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 9 aanhef en sub c Rv vereist voor hetforum necessitatis wel een nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer. Ik verwijs ook naar art. 11 WIPR; Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 50 en 53.
Hof 's-Gravenhage 20 mei 1995, NIPR 1998, 121; uitgezonderd Rb. Rotterdam 21 oktober 1983, NIPR 1986, 289 die de aflevering van goederen te Rotterdam laat meewegen bij aanvaarding van de rechtsmacht op grond van de forumkeuze.
Pres. Rb. Middelburg 1 december 1993, NIPR 1994, 169 vereist bij een gebrek aan band met partijen een heldere en niet voor tweeërlei uitleg vatbare forumkeuze.
HR 1 februari 1985, NJ 1985, 698; Rb. Rotterdam 7 september 2000, NIPR 2001, 56 (derogatie van de Nederlandse rechtsmacht door forumkeuze); vgl. voor een geval onder art. 5 sub 3 EVEX en de verwerping van het nauwe verband verweer Rb. Rotterdam 14 juni 2001, NIPR 2002, 49.
Pontier, Onrechtmatige daad, p. 61; Penis, Internationaal procesrecht, p. 132; Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 93; vgl.. echter Pres. Rb. Middelburg 1 december 1993, NIPR 1994, 169 vereist bij een gebrek aan band met het geschil een heldere en niet voor tweeërlei uitleg vatbare forumkeuze.
Rb. Rotterdam 12 juni 1987, NIPR 1988, 521, S&S 1988, 66; een uitzondering is het forum actoris waarvoor met name in kort geding een band met de Nederlandse rechtssfeer wordt geëist, zie Rb. Almelo 21 december 1988, NIPR 1989, 291 die met name ook de onmogelijkheid van tenuitvoerlegging laat wegen om tot de conclusie te komen dat de zaak onvoldoende aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtsorde ondanks de bevoegdheid van de rechtbank ex art. 126 lid 3 oud Rv (forum actoris); Hof Amsterdam 23 november 1995, NJ 1997, 739; Pres. Rb. Rotterdam 23 december 1997, NIPR 1999, 185 daartegenover echter Hof 's-Hertogenbosch 3 april 2001, NIPR 2001, 290.
Voor het commune Belgische internationaal privaatrecht voor de inwerkingtreding van de WIPR werd een band met het gekozen forum niet aangenomen, zie Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p.166.
Memorie van Toelichting art. 6 WIPR, zie www.ipr.be.
Pellis, Internationaal procesrecht, p. 148.
H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 36.
Pellis, Internationaal procesrecht, p. 149.
Anders: H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 36.
H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 36.
Uit de wetsgeschiedenis van de art. 8 en 9 Rv blijkt niet dat de wetgever voor forumkeuze de eis heeft gesteld dat een band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum dient te bestaan.1 Evenmin is deze voorwaarde in de jurisprudentie terug te vinden.2 Evenmin doet een band tussen het gekozen forum en de woonplaats of de nationaliteit van partijen ter zake.3 Uit het Piscator arrest4 — dat een bron van inspiratie van art. 8 Rv is geweest — kan zelfs indirect worden afgeleid dat een band met het gekozen forum geen voorwaarde is voor de toelaatbaarheid van een forumkeuze. De Hoge Raad heeft in het Piscator arrest expliciet de gedachtegang van het Hof 's-Gravenhage verworpen dat het geschil of de rechtsbetrekking aanknopingspunten dient te hebben met de Nederlandse rechtsorde.5 In deze zaak was kenmerkend voor de zaak dat afgezien van de rechtskeuze voor Nederlands recht, geen band met de Nederlandse rechtssfeer bestond (geschil, rechtsbetrekking noch partijen). Ook in de lagere rechtspraak onder het oude Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het vereiste van een band met de Nederlandse rechter niet terug te vinden.6
Ik merk voorts op dat art. 3 aanhef en sub c Rv niet relevant is voor forumkeuze, omdat art. 8 lid 1 Rv voorrang heeft, indien partijen de bevoegdheid van de Nederlandse of een buitenlandse rechter zijn overeengekomen. Art. 8 Rv prevaleert in verzoek-schriftprocedures in alle situaties boven art. 3 Rv, indien de zaak voor een Nederlandse rechter door een verzoekschrift wordt ingeleid. Anders dan de art. 8 en 9 aanhef en sub a Rv kent ook art. 9 aanhef en sub c Rv over hetforum necessitatis een verplichte band met de Nederlandse rechtssfeer. Par. 17.5.4 gaat hier nader op in. Een verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer is niet relevant voor beoordeling van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op basis van de forumkeuze. De verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer kan evenmin een reden zijn voor bevoegdheid van de Nederlandse rechter, indien een forumkeuze aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter derogeert.
Het Belgische7 internationale privaatrecht heeft een afwijkende regel waardoor de band tussen het geschil en de Belgische gerechten toch een rol kan spelen. De Belgische rechter kan — ondanks een uitdrukkelijke of stilzwijgende forumkeuze — zich onbevoegd achten, indien uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat het geschil geen enkele betekenisvolle band met België heeft (art. 6 lid 2 WIPR). Uit de Memorie van Toelichting over art. 6 WIPR blijkt dat de wetgever van oordeel was dat in dit geval het Belgische forum niet geschikt is kennis te nemen van het geschil.8 De Belgische rechter wordt geacht slechts in uitzonderlijke gevallen van deze bevoegdheid gebruik te maken.9 Het is niet duidelijk wat de wetgever heeft bedoeld met 'geen enkele betekenisvolle band', anders dan dat de (gewone) verblijfplaats van één van de partijen in België of de toepasselijkheid van Belgisch recht een voldoende band is. A fortiori is de woonplaats van één van de partijen eveneens een voldoende band. Ook volstaat dat de feiten of het geschil nauw zijn verbonden met België.10Mijns inziens dient het begrip 'partij' ruim te worden opgevat en valt daaronder zowel een procespartij als een partij bij de oorspronkelijke overeenkomst. De wetgever heeft immers beoogd de mogelijke afwijzing van de bevoegdheid door de Belgische rechter wegens onvoldoende band slechts in uitzonderlijke omstandigheden te laten plaatsvinden ereheeft mogelijk het belang van goede internationaal privaatrechtelijke proceseconomie willen codificeren.11 Ik lees in de voorwaarde van een betekenisvolle band geen forum non conveniens toets, omdat de band met het geschil slechts één van de factoren is waarmee bij de forum non conveniens rekening wordt gehouden.12
Deze bepaling in de WIPR verdient geen navolging, omdat de kans op negatieve jurisdictieconflicten wordt vergroot. Een buitenlandse rechter zal immers gemakkelijk kunnen uitgaan van de geldigheid van de forumkeuze voor de Belgische rechter en zich onbevoegd achten, vgl. art. 8 lid 2 Rv. Bovendien stuit de keuze van een neutraal Belgisch forum op het risico dat de Belgische rechter zich — ambtshalve — onbevoegd acht. Het creëert voor partijen voorts rechtsonzekerheid op het moment van het sluiten van de forumkeuze die zij moeilijk kunnen inschatten. Een forumkeuze heeft voor partijen vooral tot doel rechtszekerheid te scheppen en deze uitzondering staat daar haaks op.13