De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/1.1.2.3:1.1.2.3 Deel 2: Privaatrechtelijke aspecten
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/1.1.2.3
1.1.2.3 Deel 2: Privaatrechtelijke aspecten
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387040:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deel 2, dat de hoofdstukken 3 tot en met 7 omvat, gaat over de privaatrechtelijke aspecten van de VOF en beantwoordt de vragen in hoeverre zij in het privaatrecht een zelfstandige positie inneemt, of het goederen- en verbintenisrechtelijke regime voor de VOF te ingewikkeld is en zo ja, hoe het beter/ eenvoudiger kan. In hoofdstuk 3 staan enkele belangrijke vermogensrechtelijke onderwerpen centraal, zoals de gerechtigdheid tot het vennootschappelijk vermogen en de betekenis van de begrippen ‘afgescheiden vermogen’ en ‘economische deelgerechtigdheid’. Ook het faillissement van de VOF en de vennoten, alsmede de positie van crediteuren komen aan bod. Hoofdstuk 4 gaat over de goederenrechtelijke aspecten van onder andere wisselingen in het vennotenbestand en voortzetting van de onderneming door een BV. De (wijze van) verdeling, overgang en overdracht van (aandelen in) het vennootschappelijk vermogen worden behandeld. De focus ligt in hoofdstuk 5 op het verbintenissenrecht: wie is of zijn van de zijde van de VOF aan te merken als partij(en) bij een overeenkomst met een derde en wie is of zijn aansprakelijk voor uit dergelijke verbintenissen voortvloeiende schulden? In hoofdstuk 6 wordt alvast ingegaan op mogelijke alternatieven voor het huidige goederen- en verbintenisrechtelijke systeem voor de VOF. Deel 2 wordt in hoofdstuk 7 afgesloten met de positie van de VOF en de vennoten in het burgerlijk proces, alsmede met de beantwoording van de vraag of de VOF erfgenaam kan zijn.