De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.2.2:8.2.2 Verbod van willekeur
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.2.2
8.2.2 Verbod van willekeur
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369730:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook par. 8.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het meest basale niveau wordt de bevoegdheid van de ondernemingskamer om (onmiddellijke) voorzieningen te treffen en de gevolgen daarvan te regelen, ingeperkt door het verbod op willekeur. De ondernemingskamer mag haar bevoegdheden niet naar eigen willekeur inzetten en ook niet voor andere doeleinden aanwenden dan die waarvoor zij deze gekregen heeft. Het feit dat de ondernemingskamer deze bevoegdheden enkel mag aanwenden om bepaalde doelstellingen na te streven, brengt tevens mee dat deze doelstellingen bepalend zijn bij de selectie van de te treffen (onmiddellijke) voorzieningen door de ondernemingskamer. In het verlengde daarvan zijn deze doelstellingen ook bepalend voor het beantwoorden van de vraag wat opportuun is bij het regelen van de gevolgen van deze (onmiddellijke) voorzieningen.
De maatgevendheid van deze doeleinden komt meer geprononceerd naar voren als het gaat om onmiddellijke voorzieningen en het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen, dan als het gaat om eindvoorzieningen.1 Dat komt, omdat de wetgever de desbetreffende doeleinden reeds heeft ingebakken in de limitatieve lijst van eindvoorzieningen die is opgenomen in art. 2:356 BW. Eindvoorzieningen, die niet kunnen bijdragen aan het realiseren van deze doelstellingen, zijn niet in die lijst opgenomen. Deze doeleinden spelen daarin enkel een rol ten aanzien van de vraag welke eindvoorzieningen in welk geval opportuun zijn. Onmiddellijke voorzieningen daarentegen zijn niet limitatief opgesomd in de wet. Dat laat ruimte voor een breed scala aan maatregelen. Dit scala wordt evenwel ingeperkt doordat alleen onmiddellijke voorzieningen mogen worden getroffen die beantwoorden aan de doeleinden die daarmee mogen worden nagestreefd. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor het regelen van onmiddellijke voorzieningen.
De hierboven bedoelde doelstellingen worden hierna uitgewerkt.