Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid *** met proces-verbaalnummer ***, doorgenummerd pagina *** tot en met ***. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
Rb. Midden-Nederland, 14-04-2026, nr. 16.016247.23
ECLI:NL:RBMNE:2026:1524
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
14-04-2026
- Zaaknummer
16.016247.23
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBMNE:2026:1524, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 14‑04‑2026; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 14‑04‑2026
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor bankhelpdeskfraude (oplichting en diefstal met een valse sleutel) in vereniging. De zes slachtoffers, allen op hoge leeftijd, werden gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker en werden er toe bewogen om hun pincode telefonisch door te geven en hun bankpassen mee te geven aan iemand die zich voordeed als een DHL bezorger. Er is in totaal € 60.720,00 van de diverse bankrekeningen opgenomen. Verdachte heeft verschillende rollen gehad: hij is pinner en koerier geweest en heeft adresgegevens doorgegeven. De rechtbank legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen wordt geheel, dan wel gedeeltelijk toegewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Partij(en)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.016247.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2000] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 31 maart 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
- -
de verdachte;
- -
de officier van justitie: mr. G.A. Hoppenbrouwers;
- -
de advocaat van de verdachte: mr. D.J. Kops (hierna: de advocaat);
- -
de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
- -
de gemachtigden van de benadeelde partij ING Bank: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] .
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode 21 juni 2021 t/m 26 augustus 2021 in Muiden, Alphen aan den Rijn, Hilversum, Berkel en Rodenrijs, Apeldoorn en Heerhugowaard samen met anderen verschillende personen heeft opgelicht door bankhelpdeskfraude;
feit 2
in de periode 21 juni 2021 t/m 26 augustus 2021 Muiden, Alphen aan den Rijn, Hilversum, Berkel en Rodenrijs, Apeldoorn en Heerhugowaard samen met anderen geld heeft gestolen met de door oplichting verkregen bankpassen.
De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van de feiten zoals deze onder 1 en 2 ten laste zijn gelegd.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.2.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de feiten, medeplegen van diefstal met een valse sleutel en medeplegen van oplichting, zoals deze onder 1 en 2 ten laste zijn gelegd, zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Inleiding
In deze zaak wordt de verdachte ervan beschuldigd betrokken te zijn bij zogenoemde bankhelpdeskfraude. Deze vorm van oplichting wordt over het algemeen gekenmerkt door een werkwijze waarbij de beoogde slachtoffers, veelal mensen op hoge leeftijd, worden gebeld door een persoon die zich voordoet als een bankmedewerker. De beller noemt specifieke en persoonlijke gegevens van de slachtoffers om zo hun vertrouwen te winnen en hen te doen geloven dat ze daadwerkelijk met iemand van de bank spreken. De zogenaamde bankmedewerker vertelt vervolgens dat de bankrekening van het beoogde slachtoffer is gehackt of dat er andere frauduleuze activiteiten op de bankrekening hebben plaatsgevonden. Om verdere problemen te voorkomen worden de slachtoffers ertoe aangezet om het programma Anydesk op hun computer te downloaden, waarmee de daders de computers van de slachtoffers kunnen overnemen en overboekingen kunnen doen. Ook moeten de slachtoffers hun pincodes en pinpassen afgeven, die vervolgens door een koerier thuis worden opgehaald. De slachtoffers krijgen van de bankmedewerker telefonisch een code door waarmee de koerier die de passen komt ophalen zichzelf identificeert. Met de opgehaalde bankpas, en de afgegeven pincode wordt vervolgens binnen korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening afgehaald.
Rol van verdachte en medeplegen
Op 26 augustus 2021 werd de verdachte aangehouden op verdenkingen van het rijden zonder een geldig rijbewijs. In de auto waar de verdachte op dat moment in zat werd een iPhone aangetroffen. De telefoon stond op naam van de toenmalige vriendin van de verdachte. Zij heeft bij de politie verklaard dat haar telefoon sinds 7 juni 2021 door de verdachte werd gebruikt. Dit wordt bevestigd door het aantreffen van snapchat- en whatsappgesprekken, gedateerd vanaf 7 juni 2021, waarbij de verdachte zijn eigen naam gebruikt en in de chats door het tegennummer bij naam wordt genoemd. Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte de gebruiker van de in beslag genomen telefoon is.
In dezelfde chatgesprekken werd informatie zoals namen en adresgegevens van diverse aangevers aangetroffen. Informatie waarmee de verdachte in verband werd gebracht met in ieder geval zes aangiftes van bankhelpdeskfraude gepleegd in de periode van 21 juni tot en met 26 augustus 2021.
Hieronder is per aangeverkort weergegeven op welke wijze uit het dossier volgt dat de verdachte bij de oplichting en diefstal met valse sleutel betrokken is geweest.
[slachtoffer 2] deed aangifte van bankhelpdeskfraude gepleegd op 26 augustus 2021, waarbij onder andere met de door oplichting verkregen pinpas geld is opgenomen bij een Primera-winkel. In de telefoon van de verdachte is een snapchatgesprek van 26 augustus 2021 aangetroffen waarin verdachte opdracht kreeg om op verschillende locaties grote geldbedragen te pinnen van rekening van de echtgenote van de aangever. Verder lagen de pinpassen van het echtpaar in de auto waar de verdachte op 26 augustus 2021 in werd aangetroffen en bevestigen camerabeelden dat de verdachte op 26 augustus in de betreffende Primera-winkel is geweest.
Uit een snapchatgesprek van 9 augustus 2021 blijkt dat de verdachte het adres [adres] [woonplaats] naar een van de medeverdachten stuurt. Het tegennummer liet de verdachte vervolgens weten dat het pinnen niet goed ging en de kaart geblokkeerd was. Het adres en de datum van het chatgesprek komen overeen met de aangifte van [slachtoffer 3] .
Op 29 juli 2021 heeft de verdachte via Whatsapp contact met een van de medeverdachten en ontvangt van hem het adres van aangever [slachtoffer 4] . De datum van het Whatsappgesprek komt overeen met de aangifte van de heer [slachtoffer 4] . De echtgenoot van de aangever heeft de pas afgegeven aan een man die zich als DHL bezorger voordeed en de verdachte past in het signalement dat zij van die man heeft gegeven.
[slachtoffer 5] werd op 30 juni 2021 slachtoffer van bankhelddeskfraude en deed hier aangifte van. In een Whatsappgesprek op de telefoon van de verdachte, van diezelfde datum, is te lezen dat het adres en postcode van aangever naar de verdachte werd gestuurd. Verdachte vroeg naar de code en naam en medeverdachte antwoorde vervolgens met ' [code] ' en ' [slachtoffer 5] ’.
Op 9 juli 2021 werd [slachtoffer 6] opgelicht en deed hier aangifte van. Uit de pintransactie blijkt dat de pinpas van de aangever onder andere is gebruikt bij de Amac winkel in Alkmaar. De politie heeft de camerabeelden van de Amac winkel bekeken en de verdachte wordt door twee verbalisanten herkent als degene die op de beelden staat.
[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van oplichting en diefstal gepleegd op 21 juni 2021. Op diezelfde dag ontvangt de verdachte via Whatsapp van een medeverdachte het adres van de aangever. De verdachte past verder in het signalement dat de aangever geeft van degene die zich als DHL bezorger voordoet en die de pas heeft opgehaald.
De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplegen sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten, waarbij de materiele en intellectuele bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht moet zijn.
De rechtbank gaat er vanuit dat bij deze vorm van oplichting en diefstal met valse sleutel sprake is van een zekere vorm van organisatie. Het gaat om een gezamenlijk en vooropgezet plan met duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. De handelingen worden namelijk gelijktijdig of kort achter elkaar uitgevoerd, waarbij nauw contact noodzakelijk is om het gezamenlijk doel te bereiken: in korte tijd zo veel mogelijk geld van de bankrekening van het slachtoffer halen. Iedere dader vervult daarbij een eigen rol. De daders zijn ook afhankelijk van elkaar en vormen allen een essentiële schakel in de keten. De handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de bankhelpdeskfraude (de combinatie van oplichting en diefstal met valse sleutel) steeds door minimaal twee daders is gepleegd. Er was sprake van een nepbankmedewerker die de slachtoffers belde, een nepkoerier die pinpas ophaalde, iemand die achter de schermen adresgegevens doorgaf en iemand die geldbedragen opnam. De verdachte heeft hier aan deelgenomen. Hij is actief betrokken geweest bij de bankhelpdeskfraude en heeft verschillende rollen gehad: hij is pinner en koerier geweest en heeft adresgegevens doorgegeven. Met deze gedragingen, ook het doorgeven van adressen, heeft verdachte een substantieel aandeel gehad en een bijdrage van zodanig gewicht geleverd dat hij als medepleger daarvan kan worden aangemerkt. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen en de rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde oplichting en diefstal met valse sleutel.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
hij in de periode van 21 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 te
Muiden, gemeente Gooise Meren, en Alphen aan den Rijn en Hilversum en
Berkel en Rodenrijs en Apeldoorn en Heerhugowaard, althans in Nederland,
meermalen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
meer geldbedragen, te weten in totaal ongeveer 48.720 euro, in elk geval
enig geldbedrag,
wel(e geldbedragen, geheel of ten dele toebehoorden aan meerdere
rekeninghoude(s van de ABN-AMRO bank en de ING bank en de SNS bank,
te weten
1. [slachtoffer 2] (13.128 euro)
2. [slachtoffer 3] (9.000 euro)
3. [slachtoffer 4] (7.920 euro)
4. [slachtoffer 5] (2.956 euro)
5. [slachtoffer 6] (15.716 euro)
waarbij hij, verdachte en zijn mededaders het weg te nemen geld onder
hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels,
te weten door oplichting verkregen,
verkregen bankpassen en
pincodes,
waarvan hij, verdachte en zijn
mededaders niet gerechtigd waren
2
hij in de periode van 21 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 te
Muiden, gemeente Gooise Meren, en Alphen aan den Rijn en Hilversum en
Apeldoorn en Heerhugowaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
meermalen,
met het oogmerk om zich en een ander
wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door
listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
meerdere rekeninghouders van de ABN-AMRO bank en de ING bank
en de SNS bank, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouders,
te weten
1. [slachtoffer 2] (13.128 euro)
2. [slachtoffer 3] (9.000 euro)
3. [slachtoffer 5] (2.956 euro)
4. [slachtoffer 6] (15.716 euro)
5. [slachtoffer 1] (12.000 euro)
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en
het ter beschikking stellen van pincode en
bankpassen van zijn/haar/hun bankaccounts,
door zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er fraude was gepleegd met de
bankrekening en dat de bankrekening moest worden gecheckt op malware en
voornoemde rekeninghouders te bewegen tot installeren van het programma
Anydesk (een remote desktop tool) en vervolgens het accepteren van een externe
(remote) verbinding, waarna de computers van deze rekeninghouders
binnengedrongen enovergenomen werden,
en (vervolgens) voornoemde rekeninghouders te bewegen tot het doorknippen
van de bankpassen en deze bankpassen (vervolgens) op te halen,
waardoor bovengenoemde accounthouders en anderen werden bewogen
tot bovenomschreven afgiften;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onze zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
feit 2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, meerdere malen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot: een taakstraf van 400 uur.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat vraagt aandacht voor het tijdsverloop in deze zaak en daarmee het schenden van de redelijke termijn. Daarnaast verzoekt de verdediging rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en om een lagere taakstraf op te leggen, eventueel met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van zogeheten bankhelpdeskfraude. De slachtoffers waren allen op leeftijd en lijken doelbewust te zijn uitgezocht. In telefoongesprekken hebben zij zich als een bankmedewerker voorgedaan en de slachtoffers voorgehouden dat er mogelijk fraude met hun bankrekening werd gepleegd en dat zij konden helpen om dit te voorkomen. Op slinkse wijze werden de slachtoffers ertoe bewogen om hun pincode telefonisch door te geven en hun bankpassen mee te geven aan iemand die zich voordeed als een DHL bezorger. Vervolgens is er in totaal € 60.720,00 van de diverse bankrekeningen opgenomen.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben op een georganiseerde en geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen van kwetsbare slachtoffers. Slachtoffers van dit soort feiten worden niet alleen financieel getroffen, ook het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens wordt aangetast. Dat blijkt ook uit de toelichting van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] op zitting. Ook kan het zorgen voor een gevoel van schaamte, stress en angst. Bankhelpdeskfraude is daarnaast een misdrijf dat in zijn algemeenheid het vertrouwen in betalingsverkeer en bankwezen ondermijnt. Daarnaast leidt het tot hoge kosten voor de banken. De verdachte heeft met zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dit ernstig aan,
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten. Ook is verdachte na deze feiten nog veroordeeld voor andere strafbare feiten, waardoor artikel 63 Sr van toepassing is, dat bepaalt dat de rechter rekening moet houden met deze veroordelingen, in die zin dat de rechtbank zich moet afvragen welke straf zou worden opgelegd als de verdachte voor deze feiten en de feiten waarvoor hij in de tussentijd veroordeeld is, gelijktijdig zouden worden afgedaan.
Rapportages
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport, gedateerd 10 maart 2026.
Het rapport van de reclassering houdt onder meer in:
De verdachte staat sinds minderjarige leeftijd onder toezicht van de reclassering. Er zijn diverse, al dan niet succesvolle, trajecten met de verdachte doorlopen. Desondanks lukt het de verdachte niet om delictvrij te blijven. De reclassering ziet bij de verdachte een aantal risicofactoren. De verdachte heeft een pro-criminele houding en verkeert in een negatief sociaal netwerk. Hij heeft schulden en pleegt veelal vermogensdelicten vanuit een financieel motief. Het leefgebied financiën wordt dan ook als delictgerelateerd gezien. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Net als het risico op onttrekking aan de voorwaarden. Het risico op letsel wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering concludeert dat er veel in de verdachte is geïnvesteerd, maar dat dit tot onvoldoende resultaat heeft geleid. Momenteel ziet de reclassering geen aanknopingspunten voor nieuw toezicht of een gedragsinterventie. Geadviseerd wordt, om bij een veroordeling, een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
Straf
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor fraude met een benadelingbedrag van tussen de € 10.000,- en€ 70.000,- is een gevangenisstraf van tussen de twee en vijf maanden het uitgangspunt. De verdachte heeft samen met de medeverdachten ruim € 60.270,- buitgemaakt en zit daarmee tegen de bovengrens van het oriëntatiepunt. Gelet op de ernst van de feiten zoals hiervoor omschreven vindt de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de verdediging, een taakstraf niet op zijn plaats. Ook in de persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om van het voormelde oriëntatiepunt af te wijken of om, zoals door de verdediging is verzocht, enkel een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Destijds heeft hij met een voorwaardelijk deel en toezicht van de reclassering een kans gekregen zijn leven op het rechte pad te krijgen. Dit heeft kennelijk niet geresulteerd in andere keuzes en de rechtbank is er niet van overtuigd dat daar nu wel verandering in zal komen. De rechtbank zal in de strafoplegging tot op zekere hoogte rekening houden met het tijdsverloop. Het overschrijden van de redelijke termijn is voornamelijk te wijten aan het feit dat verdachte drie jaar gedetineerd zat in België. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.
6. Vordering benadeelde partij
6.1.
Vordering van de benadeelde partijen
ING Bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van€ 22.368,99, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit de schadeloosstelling van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en onderzoekskosten. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
SNS heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 29.032,- , vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit de schadeloosstelling van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 1] en onderzoekskosten. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
ABN AMRO heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.920,- , vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit de schadeloosstelling van [slachtoffer 4] en onderzoekskosten. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 64,90 , vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit gemaakte kosten voor het opnieuw installeren van de computer. Daarnaast heeft benadeelde partij op zitting een vergoeding van immateriële schade gevorderd. De bepaling van de hoogte van het bedrag laat benadeelde partij over aan de beoordeling van de rechtbank. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 416,- , vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit het opnemen van spaargeld. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat vorderingen van de ING bank, SNS bank, ABN AMRO bank kunnen worden toegewezen. Voor wat betreft de vordering van [slachtoffer 1] kan de materiele schade geheel worden toegewezen en de immateriële schade kan tot een bedrag van € 750,- worden toegewezen. Allen vermeerderd met de wettelijke rente en ten aanzien van de natuurlijke personen met oplegging van de schadevergoeding. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
6.3.
Standpunt van de verdediging
Nu de verdediging heeft vrijspraak bepleit in de zaken [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] . Daarom dienen de vorderingen van ING Bank en ABN AMRO voor zover die zien op die aangevers niet ontvankelijk te worden verklaard. Ook de vordering van de SNS Bank moet wegens het ontbreken van een juiste machtiging niet ontvankelijk worden verklaard. Het door de benadeelde partij [slachtoffer 4] gevorderde bedrag is geen rechtstreekse schade en moet daarom niet ontvankelijk worden verklaard. De vordering van [slachtoffer 1] , voor zover die zit op immateriële schade, is onvoldoende onderbouwd en moet eveneens niet ontvankelijk worden verklaard. Voor wat betreft de materiele schade gevorderd door [slachtoffer 1] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat voor wat betreft de banken de schadevergoedingsmaatregel niet moet worden opgelegd, omdat deze maatregel primair bedoeld is voor natuurlijke personen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Benadeelde partij ING Bank
Vordering
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De vergoeding van de materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De vergoeding van schadepost [slachtoffer 3] wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2021. De vergoeding van schadepost [slachtoffer 2] wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2021, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die data zijn ontstaan. De schadepost onderzoekskosten wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het verzoek tot schadevergoeding is ingediend, te weten 24 maart 2026.
Schadevergoedingsmaatregel ING bank
De rechtbank legt geen schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op. De schadevergoedingsmaatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. De benadeelde partij in deze zaak is echter een rechtspersoon en van rechtspersonen mag in beginsel worden verwacht dat zij de schadevergoeding zelf bij de verdachte (kunnen) incasseren.
Proceskosten ING Bank
De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
6.4.2.
Benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V.
Vordering
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 29 juli 2021 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De schadepost onderzoekskosten wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het verzoek tot schadevergoeding is ingediend, te weten 25 maart 2026.
Schadevergoedingsmaatregel ABN AMRO Bank N.V.
Om dezelfde reden als hiervoor genoemd bij ING bank legt de rechtbank geen schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op.
Proceskosten ABN AMRO Bank N.V.
De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
6.4.3.
Benadeelde partij SNS Bank N.V.
Vordering
De rechtbank zal benadeelde partij SNS Bank N.V. niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat de rechtbank op basis van de door de SNS Bank N.V. aangeleverde stukken niet kan vaststellen dat [A] (degene die het voegingsformulier heeft ondertekend) bevoegd is SNS Bank N.V. te vertegenwoordigen en om namens SNS Bank N.V. de vordering in te dienen. Uit het voegingsformulier (waarop niks over de vertegenwoordiging of functie is ingevuld) en het zonder verdere toelichting meegestuurde algemene procuratiebeleid volgt niet dat [A] een medewerker van de SNS Bank N.V. is, wat zijn of haar functie is en op basis waarvan hij/zij bevoegd is. Ook in het dossier vindt de rechtbank geen aanwijzingen dat [A] werkzaam is bij SNS Bank N.V. Namens SNS Bank N.V. is ook niemand verschenen op de zitting, zodat hier geen vragen over gesteld konden worden. In beginsel is de rechtbank in een situatie als deze gehouden om de zaak aan te houden om de benadeelde partij de gelegenheid te bieden tot het aanleveren van stukken waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt, maar in dit geval is de rechtbank van oordeel dat aanhouding van de strafzaak onwenselijker is dan het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij. Het gaat in deze zaak om oude feiten, waarbij de redelijke termijn waarbinnen de strafzaken hadden moeten worden afgedaan al is overschreden. Daar komt bij dat de benadeelde partij zoals hiervoor omschreven op geen enkele manier toelichting heeft gegeven over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [A] en ook niet op zitting is verschenen om nog een toelichting te kunnen geven. Daarnaast kan een professionele partij als de SNS Bank N.V. ook bij de burgerlijke rechter nog haar schade verhalen.
Compensatie proceskosten
De rechtbank zal de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte compenseren, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.
6.4.4.
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 21 juni 2021 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon (bijvoorbeeld een heftige woningoverval met confrontatie of een zedenmisdrijf).
De vorderingen van de benadeelde partij is niet met concrete gegevens onderbouwd. Hoewel de rechtbank het goed voorstelbaar acht dat de oplichting en diefstal voor de benadeelde partij een nare ervaring is geweest, behoort een dergelijke situatie niet tot een van de uitzonderingen, waarbij nadere onderbouwing achterwege kan blijven. Als gevolg hiervan kan op grond van de huidige onderbouwing geen aanspraak worden gemaakt op immateriële schadevergoeding. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk in haar vordering verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 1]
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van
€ 64,90 aan de Staat moet betalen.
Proceskosten [slachtoffer 1]
De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
6.4.5.
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
Alleen schade die rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit, komt voor vergoeding in aanmerking. Het opnemen van spaargeld door benadeelde partij kan niet als rechtstreekse schade worden aangemerkt. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering
6.4.6.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte de feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- Artikelen 36f, 47, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- -
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- -
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid feit
- -
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- -
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
Strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
Straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden;
Benadeelde partij ING Bank – feit 1
- -
wijst de vordering van ING Bank geheel toe tot een bedrag van € 22.368,99;
- -
veroordeelt de verdachte tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 13.128,- met ingang van 26 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 9.000,99 met ingang van 9 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 240 met ingang van 24 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;
- -
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- -
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V. – feit 1
- -
wijst de vordering van ABN AMRO Bank N.V. geheel toe tot een bedrag van € 8.040,-; ,
- -
veroordeelt de verdachte tot betaling aan ABN AMRO Bank N.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- -
over een bedrag van € 7.920,- met ingang van 29 juli 2021 tot de dag van volledige betaling;
- -
over een bedrag van € 120,- met ingang van 25 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;
- -
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan ABN AMRO Bank N.V. van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- -
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Benadeelde partij SNS Bank N.V.– feit 1
- -
verklaart SNS Bank N.V. niet ontvankelijk in haar vordering;
- -
compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;..
Benadeelde partij [slachtoffer 1] – feit 2
- -
wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 64,90;
- -
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2021 tot de dag van volledige betaling;
- -
verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- -
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- -
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 64,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2021 de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- -
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Benadeelde partij [slachtoffer 4] – feit 1 en 2
- -
verklaart [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering;
- -
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mrs. J.E.S. Dolmans en M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R. Kroonbergs als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks in de periode van 21 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 te
Muiden, gemeente Gooise Meren, en/of Alphen aan den Rijn en/of Hilversum en/of
Berkel en Rodenrijs en/of Apeldoorn en/of Heerhugowaard, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal ongeveer 60.720 euro, in elk geval
enig geldbedrag,
welk(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een of meerdere
rekeninghouder(s) van de ABN-AMRO bank en/of de ING bank en/of de SNS bank,
althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), te weten
1. [slachtoffer 2] (13.128 euro)
2. [slachtoffer 3] (9.000 euro)
3. [slachtoffer 4] (7.920 euro)
4. [slachtoffer 5] (2.956 euro)
5. [slachtoffer 6] (15.716 euro)
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geld onder
zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),
te weten door oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen door de
rekeninghouder(s) ingevoerde gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of
inlog(gegevens) en/of pincode(s) voor het inloggen op internetbankieren en/of het
autoriseren van een betaling en/of autoriseren van een overboeking
en/of (een) onder valse voorwendselen en/of diefstal verkregen bankpas(sen) en/of
pincode(s),
in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn
mededader(s) niet gerechtigd was/waren
en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
te weten door zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of
voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er fraude was gepleegd met hun
bankrekening en/of dat hun bankrekening was gehackt en/of voornoemde
rekeninghouder(s) te bewegen tot installeren van het programma Anydesk (een
remote desktop tool) en/of vervolgens het accepteren van een externe (remote)
verbinding, waarna de computer(s) van deze rekeninghouder(s) binnengedrongen
en/of overgenomen werd(en);
2
hij in of omstreeks in de periode van 21 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 te
Muiden, gemeente Gooise Meren, en/of Alphen aan den Rijn en/of Hilversum en/of
Berkel en Rodenrijs en/of Apeldoorn en/of Heerhugowaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meerdere rekeninghouder(s) van de ABN-AMRO bank en/of de ING bank
en/of de SNS bank, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s),
te weten
1. [slachtoffer 2] (13.128 euro)
2. [slachtoffer 3] (9.000 euro)
3. [slachtoffer 5] (2.956 euro)
4. [slachtoffer 6] (15.716 euro)
5. [slachtoffer 1] (12.000 euro)
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld, althans enig goed en/of
het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens en/of (inlog)codes van
zijn/haar/hun bank accounts en/of autorisatiecode en/of pincode en/of
bankpas(sen) van zijn/haar/hun bankaccount(s), althans gegevens
door zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of
voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er fraude was gepleegd met de
bankrekening en/of dat de bankrekening moest worden gecheckt op malware en/of
voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot installeren van het programma
Anydesk (een remote desktop tool) en/of vervolgens het accepteren van een externe
(remote) verbinding, waarna de computer(s) van deze rekeninghouder(s)
binnengedrongen en/of overgenomen werd(en),
en/of (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot het doorknippen
van de bankpas(sen) en/of deze bankpas(sen) (vervolgens) op te halen,
waarna voornoemde rekeninghouder(s) werd(en) bewogen tot de afgifte van geld
(middels digitale overschrijving) en/of de voornoemde (inlog)gegevens en/of
bankpas(sen)
waardoor bovengenoemde accounthouder(s) en/of ander(en) werd(en) bewogen
tot bovenomschreven afgifte(n);
Bijlage II: Bewijsmiddelen1.
Aangever [slachtoffer 2]
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] van 1 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:2.
Plaats delict: [adres] , [woonplaats]
Op donderdag 26 augustus 2021 omstreeks 13:15 uur werd mijn vrouw [B] gebeld op de vaste telefoon. Ene [valse naam 1] belde op en zei dat onze rekeningen gehackt werden. [valse naam 1] wist alles van mijn vrouw zoals haar naam, geboortedatum, adres en de laatste cijfers van haar ING rekening. Hij wilde toegang tot de computer via Anydesk. Dat heeft mijn vrouw gedownload en [valse naam 1] ging op haar computer aan de slag. Zij moest ondertussen verschillende keren in en uitloggen op de ING app. Wat haar nog opgevallen was dat het telefoonnummer waarmee [valse naam 1] belde het juiste nummer was van de ING namelijk [telefoonnummer] . Mijn vrouw kreeg de opdracht om de bankpassen door te knippen van de twee bovengenoemde ING rekeningen. Dat heeft zij gedaan en ze moesten in een envelop die opgehaald zou worden door DHL. Op de envelop moest zij haar naam en wijknummer schrijven. Er moest een papiertje bij met een code die de DHL medewerker dan weer zou noemen.
Om 14:11 uur kwam een jongen de pasjes ophalen en om 14:21 uur kwam hij weer om de tweede set pasjes op te halen. De jongen kan ik omschrijven als een jonge jongen in de leeftijd van 20 en 25 jaar oud. Zijn huidskleur was licht getint, ik zou zeggen een Surinaams of Indisch uiterlijk.
In totaal zagen wij dat er 13128 euro in totaal van onze rekeningen was afgeschreven. Van mijn ING rekening is 7628 euro afgehaald en die van mijn vrouw is 5500 euro afgehaald.
Tien maal is er geld opgenomen van beide rekeningen van een Geldmaat in Alphen aan den Rijn tussen 14:39 uur en 15:10 uur. Ook is er 574 euro betaald van de rekening van [slachtoffer 2] [rekeningnummer] aan [winkel 1] NLD om 16:30 uur. Een bedrag van 588 euro is betaald aan [winkel 2] NLD om 17:17 uur. Een bedrag van 966 Euro is ook betaald aan [winkel 3] te Amsterdam om 16:35 uur.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 10 augustus 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:3.
Ik deed onderzoek naar de beelden die waren aangeleverd door de Primera, gelegen aan [adres] te Amsterdam. Deze beelden waren van donderdag 26 augustus 2021, om 16:34 uur.
Ik zag op dat moment dat er een jongen de winkel binnenkwam. Hij had een lichtgrijze
joggingsbroek met een zwarte streep op de linker broekspijp aan. Hij droeg een donkere
jas. Deze donkerkleurig jas had een klein wit logo op de linkerborst. Hij droeg witte
schoenen met zwarte accenten. De jongen was getint en had zwart gedekt krulletjes
haar. Hij liep naar de balie toe en scande daar achter elkaar een OR code. Dit deed hij
vijf keer. Daarna stapte hij achteruit en liep naar de kassa toe. De baliemedewerker
print vervolgens wat uit en geeft deze aan de persoon die de QR codes scande
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 8 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:4.
Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] , geboren [2000] te [geboorteplaats] ,
aangehouden. Bij deze aanhouding bleek [verdachte] onder andere in het bezit van de mobiele telefoon, iPhone XS Max, van een slachtoffer in een onderzoek naar mensenhandel. Het slachtoffer van mensenhandel had eerder verklaard dat deze mobiele telefoon na 7 juni 2021 in het bezit zou zijn van haar vriend [verdachte] .
GEBRUIK TELEFOON
Ik zag in de mobiele telefoon diverse chatgesprekken waarbij de voornaam van [verdachte] , door het tegennummer werd genoemd. Ook zag ik chatgesprekken waarbij [verdachte] zelf zijn voornaam zei tegen het tegennummer. In WhatsApp is de naam ' [naam] ' te zien als verzender van berichten, voorzien van de kleur groen. Na 7 juni 2021 verzond [verdachte] onder die naam de berichten.
Ik trof in de telefoon een Snapchat-gesprek aan van 26 augustus 2021 tussen [verdachte] en een tegennummer. Het gesprek begint om 14:16:19(UTC+2) en eindigde om 16:54:25(UTC+2). In dit gesprek werd door het tegennummer om 15:54:37(UTC+2) 'NL 67 twn [B] ' gezegd. In het gehele Snapchat-gesprek zag ik een samenwerking tussen [verdachte] en het tegennummer waarbij [verdachte] opdrachten kreeg van het tegennummer om grote geldbedragen te pinnen op verschillende locaties. Het tegennummer voorzag [verdachte] van pincodes die zeer waarschijnlijk hoorden bij de rekeningen van [B] en haar echtgenoot [slachtoffer 2] . Ook bepaalde het tegennummer bedragen die opgenomen moesten worden door [verdachte] . Daar leek het tegennummer haast mee te hebben. Ik zag dat het verloop van het gesprek paste bij de aangifte van [slachtoffer 2] .
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 4 oktober 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:5.
Op 27 augustus 2021 werd een mobile telefoon, een IPhone, inbeslaggenomen onder:
[verdachte] . Geboren [2000] .
Op de telefoon werden 187 geregistreerde locaties gevonden. Een aantal van deze locaties kwam overeen met de gegevens uit de bij het onderzoeksteam bekende aangiften, namelijk:26-08-2021: 7 locaties in de omgeving van Alphen ad Rijn.
Vijf locaties tussen 14:00 en 14:15 uur zijn in de directe omgeving van [adres] .
Twee locaties tussen 14:30 en 14:45 uur zijn in de omgeving van winkelcentrum de Ridderhof. Deze locaties en tijden komen overeen met de gegevens benoemd in aangifte PL1500-2021249671.
Aangever [slachtoffer 3]
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] van 11 augustus 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:6.
Plaats delict: [adres] , [woonplaats] .
Maandag 9 augustus 2021 rond 14.00 uur werd ik gebeld -met een anoniem nummer- door een vrouw die zei dat ze van de ING was. Ik hoorde haar zeggen dat er iemand probeerde geld van mijn privé rekeningnummer: [rekeningnummer] af te halen. Ik hoorde de vrouw zeggen dat zij mijn geld veilig wilde stellen. Ik hoorde de vrouw zeggen dat een koerier van de ING bank mijn bankpas kwam ophalen. Ik kreeg een code van de vrouw die ik op de envelop moest zetten. De reden daarvan was dat de koerier dezelfde code aan mij moest vertellen om zeker te weten dat hij de persoon was aan wie ik de envelop kon meegeven. Op de achterkant van de envelop moest ik mijn handtekening zetten. Ik hoorde de vrouw zeggen dat er een nieuwe bankpas met de post onderweg was naar mij.Ik zag rond 15.30 uur een man aan komen lopen om de pas op te halen. Ik vroeg de man naar de code. De man vertelde dat. Ik gaf de enveloppe met daarin de bankpas.
Ik had dinsdag 10 augustus 2021 het fraude team van de ING gebeld om mijn verhaal te vertellen. Ik begreep van de medewerker dat er op dat moment al veel geld van mijn bankrekening was afgehaald. Ik ben gedupeerd voor 9000,-- euro.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 8 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:7.
Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] , geboren [2000] te [geboorteplaats] ,
aangehouden. Bij deze aanhouding bleek [verdachte] onder andere in het bezit van de mobiele telefoon, iPhone XS Max, van een slachtoffer in een onderzoek naar mensenhandel. Het slachtoffer van mensenhandel had eerder verklaard dat deze mobiele telefoon na 7 juni 2021 in het bezit zou zijn van haar vriend [verdachte] .
GEBRUIK TELEFOON
Ik zag in de mobiele telefoon diverse chatgesprekken waarbij de voornaam van [verdachte] , door het tegennummer werd genoemd. Ook zag ik chatgesprekken waarbij [verdachte] zelf zijn voornaam zei tegen het tegennummer. In WhatsApp is de naam ' [naam] ' te zien als verzender van berichten, voorzien van de kleur groen. Na 7 juni 2021 verzond [verdachte] onder die naam de berichten.
Ik zag een Snapchat-gesprek tussen [verdachte] en een tegen-account. Het was mij niet
duidelijk wie de gebruiker van het tegen-account was. Ik zag dat er op 9 augustus
2021 om 14:37:31(UTC+2) door het tegen-account het adres ' [adres]
[woonplaats] ! werd gezegd.
In een WhatsApp-gesprek stuurt [verdachte] op 9 augustus 2021 om 14:37:45(UTC+2) het adres ' [adres] [woonplaats] ’ naar het tegennummer. Het tegennummer betrof
[telefoonnummer] en had als contactnaam ' [contactnaam 2] ’.
Direct daarna stuurt [verdachte] ook 'Race' en Aub' naar het tegennummer. Vermoedelijk
bedoelde hij daarmee dat het tegennummer haast moest maken.
Om 19:54:06(UTC+2) stuurt het tegennummer 'Trekken ging kk stroef 3850' en 'Plus die
kk kaart is geblokt’. Vermoedelijk bedoelde het tegennummer dat het pinnen (trekken)
moeilijk ging en bedoelde hij met 3850 3850 euro. [verdachte] en het tegennummer hebben het
kort over enkele bedragen.
Aangever [slachtoffer 4]
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] van 30 juli 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:8.
Pleegplaats: [adres] [woonplaats]Pleegdatum: donderdag 29 juli 2021
Ben gebeld door een nummer van de ABNAMRO. Er zou geprobeerd zijn om geld van mijn bankrekening af te halen. Ik zou een nieuwe rekening krijgen. Computer werd overgenomen met het programma Anydesk.com. Op een gegeven moment kwam er een scherm naar voren om de pincode in te vullen. We kregen een nieuw rekeningnummer en een afspraak or morgen. Het scherm zag eruit als een ABNAMRO scherm. Ik werd door ene [valse naam 2] . Hij belde vanaf nummer [telefoonnummer] . Ik heb via de website van ABNAMRO gekeken naar de fraude helpdesk en daar stond dit nummer. De beller wist mijn naam, voorletters, geboortedatum, straat, huisnummer, postcode en woonplaats. De bankpassen moesten doorgeknipt en opgehaald worden. Hierna werden de doorgeknipte passen opgehaald. Daarna moest ik inloggen op mijn bankrekening. Die [valse naam 2] keek mee via Anydesk. Op een gegeven moment kwam er een scherm met ABNMRO naam er in. Hier moest ik mijn oude pincode invullen. Na herhaling van het proces werd het gesprek afgesloten. Ik was er niet gerust op en heb de fraude helpdesk van de ABNAMRO gebeld en die bevestigde dat er bijna 8000 euro was gepind.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 18 januari 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:9.
Op 21 december 2021 ontving ik van aangever [slachtoffer 4] drie (3) uitdraaien van zijn
bankrekening met het nummer [rekeningnummer] .
29 juli 2021 om 19:21 uur: 2.000 euro;
29 juli 2021 om 19:22 uur: 2.000 euro;
29 juli 2021 om 19:23 uur: 2.000 euro;
29 juli 2021 om 19:24 uur: 1.920 euro.
Deze pintransacties waren allemaal gedaan bij een betaalautomaat van Geldmaat aan de
Kerkstraat 26 te Berkel en Rodenrijs. Het totale schadebedrag is: 7.920 euro.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , van 21 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:10.
Het was kleine tengere man. Ik schatte hem ongeveer 1.60 meter. Hij had geen Nederlands uiterlijk. Ik denk dat hij Surinaams/Hindoestaans was. Hij had een getinte huidskleur en kort zwart haar. Ik schatte hem voor in de 20 jaar. Hij was gekleed in een jas en broek van DHL. De man moest een code noemen die wij zogenaamd van de bank hadden gekregen en dan
pas kon ik de bankpassen aan de man mee geven.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 8 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:11.
Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] , geboren [2000] te [geboorteplaats] ,
aangehouden. Bij deze aanhouding bleek [verdachte] onder andere in het bezit van de mobiele telefoon, iPhone XS Max, van een slachtoffer in een onderzoek naar mensenhandel. Het slachtoffer van mensenhandel had eerder verklaard dat deze mobiele telefoon na 7 juni 2021 in het bezit zou zijn van haar vriend [verdachte] .
GEBRUIK TELEFOON
Ik zag in de mobiele telefoon diverse chatgesprekken waarbij de voornaam van [verdachte] , door het tegennummer werd genoemd. Ook zag ik chatgesprekken waarbij [verdachte] zelf zijn voornaam zei tegen het tegennummer. In WhatsApp is de naam ' [naam] ' te zien als verzender van berichten, voorzien van de kleur groen. Na 7 juni 2021 verzond [verdachte] onder die naam de berichten.
Ik zag een WhatsApp-gesprek van 29 juli 2021 dat startte om 11:14:38(UTC+2) en
eindigde om 17:25:16(UTC+2) tussen [verdachte] en het tegennummer [telefoonnummer] . Ik zag dat het tegennummer [telefoonnummer] was voorzien van de contactnaam ' [contactnaam 1] '.
Om 17:24:20 (UTC+2) zegt het tegennummer ' [adres] ' en ' [woonplaats] '. Ik
heb vervolgens dat adres bevraagd in het politiesysteem en ik zag dat er op 30 juli 2021 aangifte was gedaan van poging tot cybercrime door [slachtoffer 4] .
Aangever [slachtoffer 5]
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] van 13 juli 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:12.
Pleegplaats: [adres] , [woonplaats]
Op woensdag 30 juni 2021 werd ik omstreeks 12:30 uur gebeld door een medewerker Security Servicedesk van de SNS bank, door het nummer [telefoonnummer] . Ik hoorde een mannenstem. Ik hoorde dat hij zei: "U spreekt met [valse naam 3] ". Ik wil u mededelen dat er iemand heeft geprobeerd om in te loggen op uw rekening, om daar 2900,00 euro op af te halen. Dat hebben wij voorkomen/verijdeld. "Er komen net twee meldingen binnen vanuit Amsterdam en Eindhoven dat iemand heeft geprobeerd om in te loggen op uw account". Ik hoorde dat hij vroeg om mijn betaalpasnummer. Ik heb dit toen gegeven. Ik heb ook mijn pincode afgegeven. Ik hoorde dat de medewerker zei dat ik de pinpas diagonaal moest doorknippen. Toen vroeg hij het DIGIPASS nummer. Dit heb ik ook gegeven. Ik hoorde dat hij zei dat er een man aan de deur komen. Hij zei dat er om 13:40 uur een bode van de DHL aan de deur zou komen. Ik moest de pas en de DIGIPASS in een envelop doen en er een nummer opzetten een actiecode en een 4 cijfer code. Omstreeks 13:40 uur stond er een man voor de deur. Ik heb de man nog gezien bij mijn voordeur toen hij de pas kwam afhalen.
Ik ben gedupeerd voor een totaalbedrag 2956 euro.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 8 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:13.
Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] , geboren [2000] te [geboorteplaats]
aangehouden. Bij deze aanhouding bleek [verdachte] onder andere in het bezit van de mobiele telefoon, iPhone XS Max, van een slachtoffer in een onderzoek naar mensenhandel. Het slachtoffer van mensenhandel had eerder verklaard dat deze mobiele telefoon na 7 juni 2021 in het bezit zou zijn van haar vriend [verdachte] .
GEBRUIK TELEFOON
Ik zag in de mobiele telefoon diverse chatgesprekken waarbij de voornaam van [verdachte] , door het tegennummer werd genoemd. Ook zag ik chatgesprekken waarbij [verdachte] zelf zijn voornaam zei tegen het tegennummer. In WhatsApp is de naam ' [naam] ' te zien als verzender van berichten, voorzien van de kleur groen. Na 7 juni 2021 verzond [verdachte] onder die naam de berichten.
Ik zag een WhatsApp-gesprek van 30 juni 2021 dat startte om 09:50:45{UTC+2) tussen [verdachte] en tegennummer [telefoonnummer] . Het tegennummer [telefoonnummer] was opgeslagen onder de contactnaam ' [contactnaam 1] '. Ik las dat het tegennummer om 13:41:31{(UTC+2) ' [straat] ! en ' [nummer] ' verzond naar [verdachte] . Ik zag dat er vervolgens door [verdachte] werd gevraagd naar 'code' en 'naam' . Hierop reageerde het tegennummer met ' [code] ' en ' [slachtoffer 5] '. Ik zag dat [verdachte] om 13:42:38(UTC+2}) ‘ben en ik' stuurde. Vermoedelijk moest daar staan: ik ben er. Ook zag ik dat het tegennummer de postcode ' [postcode] ' stuurde.
Aangever [slachtoffer 6]
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] van 5 juli 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:14.
Pleegplaats: [adres] [woonplaats] .
Ik werd op dinsdag 09 juni 2021, omstreeks 11.45 uur, gebeld door een voor mij onbekend nummer. Ik hoorde een vrouw zeggen dat zij belde namens de SNS-bank, van de afdeling fraudebestrijding. Zij vroeg mij of het klopte dat er overboeking klaar stonden om naar Portugal overgeboekt te worden. Ik hoorde haar zeggen dat zij straks een man mijn kant op zou sturen, die het bankpasje, welke ik door moest knippen kwam halen. Tevens stuurde zij mij een link en daar moest ik op klikken. Ik moest een app installeren en later bleek dat dit de Anydesk app was. Mijn beeld op de computer werd ook zwart. Rond 12.45 uur belde er een man aan. Hij had kleding aan van de DHL. De man gaf mij een code door en toen vertrouwde ik het helemaal want ik had namelijk van de vrouw, aan de telefoon, precies dezelfde code gehad.
Er bleken verschillende bedragen al afgeboekt te zijn. Dit is op 29 juni 2021
gebeurd. Er is l maal 1000,00 en 2 maal 2000,00 euro gepind. Dit was rond 14.23 uur.
Daarna rond 15.45 uur is er bij de Albert Heijn, in Oudorp in Alkmaar, een bedrag van
975,00 euro gepind. Rond 15.58 uur is er 2 maal een transactie gedaan bij de Jumbo op de Paardenmarkt in Alkmaar. Dit ging om 2 maal 973,00 euro. Tot slot is er bij de A-mac, dat is een winkel met Apple producten, een bedrag van 5795,00 euro gepind.
Het totaalbedrag wat er van mijn betaalrekening is gehaald is 13.716,00 euro. Ook is er 2000,00 euro van mijn creditcard afgeboekt. Het totaalbedrag is dus 15.716,00 euro.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 2 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:15.
Op 6 juli 2021 heb ik een vordering 126nda wetboek van strafvordering verstrekking
beelden van beveiligingscamera's opgemaakt en verzonden aan Amac gelegen aan de
[adres] te [woonplaats] . Screenshots van de camera beelden van de Amac zullen bij de vordering 126nda worden gevoegd.
Proces-verbaal verstrekking gevorderden beelden ex art 126nda Sv van 21 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:16.
Van de voornoemde aanbieder zijn de volgende beelden gevorderd: camerabeelden van een
persoon welke op 29 juni 2021 omstreeks 15:25 uur een bedrag van €5795,= pint.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 6 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:17.
Ik, verbalisant, herkende bovengenoemde persoon aan de hand van deze beelden voor
100%. Ik herkende de man aan zijn slanke sportieve postuur, opgeschoren haardracht en
baardgroei als zijnde: [verdachte] . Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] tijdens een geplande actie aangehouden voor het rijden zonder rijbewijs en bezit vuurwapen. Bij deze aanhouding heb ik de schoudertas, waarin het vuurwapen zat, los gemaakt om deze veilig te stellen. Hierdoor heb ik [verdachte] op minder dan een meter in het gezicht gekeken en met hem gecommuniceerd.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 6 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:18.
Ik hoorde van collega [verbalisant 6] dat collega [verbalisant 5] om de herkenning van deze persoon had gevraagd. Direct bij het zien van de beelden, herkende ik de persoon voor de volle 100% als zijnde: [verdachte] ,Ik herkende [verdachte] van de camerabeelden, voornamelijk aan de volgende uiterlijke kenmerken:- Huidskleur (licht getint);- Haardracht (opgeschoren donker haar);- Postuur (slank atletisch postuur);- Vorm van zijn gezicht (sterke kaaklijn en stand van de neus en ogen);- Gezichtsbeharing (kort donker baardje);
Aangever [slachtoffer 1]
Proces-verbaal van verbalisant [slachtoffer 1] van 22 juni 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:19.
Pleegplaats: [adres] [woonplaats] .
Op maandag 21 juni 2021 omstreeks 13.00 uur werd ik gebeld door een telefoonnummer dat voor mij leek op het telefoonnummer van de SNS-bank. Er zou iemand geprobeerd hebben om een bedrag van dertigduizend euro van mijn bankrekening af te halen. De man stelde zich voor als [valse naam 4] van de fraude helpdesk van de SNS-bank. De man vroeg mij te gaan naar een website waar ik de naam ook niet meer van weet. Mijn computer werd overgenomen middels een programma. Hierna voerde hij een scan uit en mijn beeldscherm ging op zwart. De man vertelde mij ‚na het maken van de scan, "dat er veel fout was met mijn bankrekening op naam van [slachtoffer 1] en of [C] " met het nummer: " [rekeningnummer] ." Ook moest ik mijn bankpas met pasnummer [pasnummer] en die van mijn vrouw met pasnummer [pasnummer] vernietigen. Ik moest mijn bankpas doorknippen van linksonder naar rechtsboven. Dat heb ik met mijn pas en de pas van mijn vrouw gedaan. Ik moest de doorgeknipte bankpassen in een envelop doen met daarop geschreven: “dossier [slachtoffer 1] ." Een DHL bezorger zou deze komen ophalen met een code [code] .
Om 14.30 uur werd er aangebeld door een koerier die dit nummer aan mij toonde om zich te identificeren. Ik overhandigde hem de envelop en de koerier ging weer weg.
Ik kan de koerier als volgt omschrijven:- Man- ongeveer 25 jaar oud- ongeveer l meter 80 lang- Kort donker haar- Donkere huidskleur- Pet wit van kleur met letters DHL- Jas van DHL
In totaal is er een bedrag van 12.000 euro van mij afgenomen.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 28 juni 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:20.
Op 28 juni 2021 zocht de aangever contact met mij omdat hij extra informatie aan zijn
aangifte toe wilde voegen. "Omtrent de overname van mijn computer wist ik het volgende uit wat aantekeningen te vinden: ik moest een app. downloaden ANYDESK.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 8 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:21.
Op 26 augustus 2021 werd [verdachte] , geboren [2000] te [geboorteplaats] ,
aangehouden. Bij deze aanhouding bleek [verdachte] onder andere in het bezit van de mobiele telefoon, iPhone XS Max, van een slachtoffer in een onderzoek naar mensenhandel. Het slachtoffer van mensenhandel had eerder verklaard dat deze mobiele telefoon na 7 juni 2021 in het bezit zou zijn van haar vriend [verdachte] .
GEBRUIK TELEFOON
Ik zag in de mobiele telefoon diverse chatgesprekken waarbij de voornaam van [verdachte] , door het tegennummer werd genoemd. Ook zag ik chatgesprekken waarbij [verdachte] zelf zijn voornaam zei tegen het tegennummer. In WhatsApp is de naam ' [naam] ' te zien als verzender van berichten, voorzien van de kleur groen. Na 7 juni 2021 verzond [verdachte] onder die naam de berichten.
Ik zag een WhatsApp-gesprek van 21 juni 2021 13:15:19(UTC+2) waarbij het tegennummer naar [verdachte] stuurt: '1 [adres] ' . Het tegennummer betrof [telefoonnummer] en had als contactnaam ' [contactnaam 1] ' Ik zag dat het tegennummer [verdachte] aanspoorde om naar het adres te gaan. [verdachte] reageerde om 13:35:26{(UTC+2) dat hij weg reed.
Ik zag in een ander WhatsApp-gesprek van 21 augustus 2021 dat [verdachte] daar het adres ' [adres] , [woonplaats] ' naar het tegennummer stuurde om 13:28:05{(UTC+2). Het tegennummer betrof [telefoonnummer] en had als contactnaam ' [contactnaam 2] ’. Ik zag dat [verdachte] in het gesprek vroeg of het tegennummer geld wilde verdienen . Dat wilde het tegennummer wel, alleen hij had geen vervoer. Zowel [verdachte] als het tegennummer zouden gaan proberen vervoer te regelen.
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] van 23 juni 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:22.
Er werden camerabeelden van de Albert Heijn, gelegen aan de Grote Houtstraat 182 te Haarlem, opgevraagd. De opgevraagde beelden zijn opgenomen op maandag 21 juni 2021 tussen 15.33 en 15.37 uur
Na het bekijken van de beelden kan ik de verdachte als volgt omschrijven:
- Man.
- Leeftijd 20 - 30 jaar oud.
- Lichte getinte huidskleur.
- Smal postuur.
- Zwarte baseball pet met daarop het gele logo van het merk Lyle & Scott.
- Voor zover zichtbaar opgeschoren zwart haar (niet volledig zichtbaar in verband met
het dragen van bovenstaande pet.)
21 juni 2021 om 15.33.46 uur t/m 15.36.15: wordt door NNI tweemaal een product gekocht middels betaling per PIN. Terwijl NNl aan het pinnen is kijkt hij regelmatig op zijn smartphone. Te zien is dat NNl na de eerste betaling een aantal witte kaarten van de servicebalie pakt. Na de tweede betaling pakt NNl nog een aantal witte kaarten van de servicebalie.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 14‑04‑2026
Pagina’s 60 t/m 65
Pagina 72
Pagina’s 1 t/m 59
Pagina’s 267 t/m 279
Pagina’s 95 t/m 98
Pagina’s 84 t/m 94
Pagina’s 95 t/m 98
Pagina’s 134 t/m 137
Pagina’s 132 t/m 133
Pagina’s 107 t/m 127
Pagina’s 95 t/m 98
Pagina’s 140 t/m 152
Pagina’s 170 t/m 175
Pagina’s 166 t/m 169
Pagina’s 196 t/m 200
Pagina’s 212 t/m 214
Pagina’s 215 t/m 217
Pagina’s 223 t/m 235
Pagina’s 140 t/m 152
Pagina’s 220 t/m 231
Pagina’s 239 t/m 264