Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.4
13.4 Handhavingsregie en -middelen in belastingzaken
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497019:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2004/05, 30 182, nr. 3, p. 3 e.v.
Michiels 1994, p. 9. Over fiscale rechtshandhaving zie men nader Elffers e.a. 2000.
Vgl. het Beheersverslag Belastingdienst 2005-2009, p. 7 e.v., evenals de toelichting op art. 4 van het (in 1994 vervallen) Belastingstatuut, waarin de rechten van de belastingplichtige burgers kort en helder waren omschreven.
Beheersverslag 2011, p. 6.
De effecten van het handelen van de Belastingdienst op de ‘compliance’ worden jaarlijks gemeten in de zogenoemde Fiscale Monitor. Dit is een enquête die wordt gehouden onder particulieren op grond van een representatieve steekproef. Zie hierover uitgebreid Van Kruchten 2001.
Beheersverslag 2011, p. 17.
Geschriften van de belastingwetenschap 1988, p. 10.
Zie § 1.8 hiervoor.
De belastingwetgeving regelt het gedrag van burgers en de overheid met betrekking tot de belastingheffing en -inning. Evenals de wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld de volksgezondheid, het milieu en de integriteit van de financiële sector, betreft zij ordeningswetgeving. Deze wetgeving is noodzakelijk voor het adequaat functioneren van de samenleving. De noodzaak tot handhaving van de ordeningswetgeving is onomstreden.1 Handhaven kan in algemene termen worden omschreven als elke handeling die erop is gericht de naleving door anderen van rechtsregels te bevorderen.2
Beleidsdoelstelling Belastingdienst; handhavingsregie en -middelen
De overheid moet kunnen rekenen op een hoge mate van bereidheid van burgers om hun fiscale verplichtingen vrijwillig na te komen. De belastingwet zou anders praktisch onuitvoerbaar worden. Het rechtshandhavingsbeleid van de Belastingdienst is gericht op het versterken van die bereidheid.3 De algemene beleidsdoelstelling van de dienst is dat burgers bereid zijn hun wettelijke verplichtingen tegenover hem na te komen ofwel ‘compliance’.4
Teneinde zijn beleidsdoelstelling te realiseren, werkt de Belastingdienst vanuit een handhavingsregie. Hij kiest bewust welke middelen, in welke combinatie en met welke diepgang, worden ingezet om in een bepaalde situatie verbetering in het nalevingsgedrag te bereiken dan wel ‘compliant’ gedrag te ondersteunen.5 De middelen waarover de dienst kan beschikken, variëren van voorlichting, bedrijfsbezoeken, fiscale surveillance, handhavingscommunicatie en controleonderzoeken tot bestuurlijke boeteoplegging en strafrechtelijke vervolging. Het werken in de actualiteit en de samenwerking met andere overheidsorganisaties zijn dragende principes. De dienst zet ook in op horizontaal toezicht door het afsluiten van convenanten met grote organisaties en fiscale dienstverleners.6
Onderscheid nalevingstoezicht en sanctieoplegging; heffingssfeer
Traditioneel valt de handhaving in belastingzaken in hoofdzaak uiteen in het toezicht op de naleving van fiscale voorschriften enerzijds en sanctieoplegging vanwege de overtreding van die voorschriften anderzijds.7 Deze handhavingsmiddelen staan in dit nationale deel centraal. Nemo tenetur in punitieve belastingzaken concentreert zich immers op de vraag of burgers in de toezichts- en/of sanctiesfeer informatie moeten verstrekken en zo ja, of die tegen hen mag worden gebruikt voor de boete- of strafoplegging vanwege de overtreding van een fiscaal voorschrift.8
Onderstaand zal ik de informatieverstrekking in het kader van het fiscaal nalevingstoezicht c.q. ten dienste van de belastingheffing bepalen en ordenen. In hoofdstuk 14 doe ik hetzelfde voor de bestuurlijke en strafrechtelijke sanctiedreiging en -oplegging in belastingzaken vanwege de overtreding van een fiscaal voorschrift. In dat kader komen ook ter sprake de sancties waarmee de informatieverstrekking ten dienste van de belastingheffing en sanctieoplegging vanwege de (vermeende) overtreding van een fiscaal voorschrift wordt bedreigd.
De andere zojuist genoemde handhavingsmiddelen zijn niet of nauwelijks van belang voor de fiscale nemo tenetur-problematiek en blijven verder buiten beschouwing.