Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.2.1.3
6.2.1.3 De stichting als lastbevoordeelde
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232283:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de Auflage MüKoBGB 2013/Lange § 2192 Rn. 2 e.v.
Hütteman/Rawert, Staudinger BGB 2010 § 83 Rn 14.
Schewe 2004, p. 231.
Schewe 2004, p. 234.
Zie hierover MüKoBGB 2017/Rudy § 2196 Rn1-8. In BeckOK BGB/Müller-Christmann BGB § 2196 Rn. 1, wordt deze wettelijke mogelijkheid omschreven als ‘in der Praxis nahezu bedeutungslos’.
Zie over de last tot oprichting van een stichting onder de levenden, Reinhard Kössinger in: Nieder/Kössinger, Handbuch der Testamentsgestaltung, 4. Aflage, München: Verlag C.H. Beck 2011, Rn 287.
Net als het legaat, lijken ook de last naar Duits recht (Auflage, § 1940 BGB) en de Nederlandse testamentaire last sterk op elkaar.1 De lastbezwaarde, erfgenaam of legataris,2 heeft een rechtsplicht, de begunstigde echter geen vorderingsrecht.3 Als de erflater een stichting bij dode opricht en een erfgenaam of legataris de last oplegt de stichting van vermogen te voorzien, dan is het dus maar de vraag of dit daadwerkelijk zal gebeuren.
Wil de op deze wijze opgerichte stichting door de procedure van Anerkennung komen, dan moet op het moment van de aanvraag, vaststaan dat de stichting over voldoende vermogen zal beschikken.4
Om de bezwaarde erfgenaam of legataris aan te moedigen te voldoen aan de last, voorziet de wet in § 2196 BGB er onder omstandigheden in dat de last kan worden afgedwongen. Nadere bespreking van deze mogelijkheid ligt buiten de onderzoeksvraag.5
De begunstiging van een stichting door middel van een last mag vanzelfsprekend niet verward worden met de last tot oprichting (zie 2.3.2.1). Bij de last tot oprichting van een stichting, legt de erflater de verplichting op aan een erfgenaam of legataris tot oprichting van een stichting onder de levenden. Waar het vermogen van de stichting vandaan komt, staat daar los van.6