NJB 2017/230
Het pgb van betrokkene is ten onrechte beëindigd op de grond dat van haar uitwonende dochter mocht worden verwacht dat zij als mantelzorger haar moeder zou helpen bij het huishouden. Het college mag van de dochter niet eisen dat zij de huishoudelijke hulp onbetaald verricht. Ook mag het college bij de vaststelling van het recht op een voorziening er niet vanuit gaan dat de dochter de zorg onbetaald zal willen leveren
CRvB 11-01-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:17
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
11 januari 2017
- Magistraten
Mrs. Van Male, Wagner, De Vries
- Zaaknummer
16/2027 WMO15
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Maatschappelijke ondersteuning / Mantelzorg
Maatschappelijke ondersteuning / Individuele voorzieningen
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2017:17, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 11‑01‑2017
- Wetingang
(art. 1.1.1, 2.3.2 Wmo 2015)
Essentie
Het pgb van betrokkene is ten onrechte beëindigd op de grond dat van haar uitwonende dochter mocht worden verwacht dat zij als mantelzorger haar moeder zou helpen bij het huishouden. Het college mag van de dochter niet eisen dat zij de huishoudelijke hulp onbetaald verricht. Ook mag het college bij de vaststelling van het recht op een voorziening er niet vanuit gaan dat de dochter de zorg onbetaald zal willen leveren
Uitspraak
(…)
Overwegingen
4.2.1.
De beroepsgrond van het college dat ten tijde van de voorbereiding van het primaire besluit en het bestreden besluit 1 onvoldoende is gebleken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.