Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.3:3.6.3 Invloed van artikel 6 EVRM
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.3
3.6.3 Invloed van artikel 6 EVRM
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS301004:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
136.
De Civil Law-rechters uit Duitsland, Frankrijk en in mindere mate Nederland zijn actief in eerste aanleg, in die zin dat zij niet zonder meer berusten in hetgeen partijen aandragen. Van een erg lijdelijke benadering is dus geen sprake. Sterker, de rechter zou voorzichtig actief kunnen worden genoemd. Waarom verdraagt zich dat dan wel met de partijautonomie? Dat hangt samen met de wijze waarop die activiteit wordt genormeerd. Zowel in Nederland, Duitsland als Frankrijk is de rechter gebonden aan het partijdebat. Dat partijdebat rust op het beginsel van hoor en wederhoor en dus op artikel 6 EVRM. De rechter die een Hinweis wil geven of een aspect ambtshalve wil opwerpen zal hiervoor een aanknopingspunt in het partijdebat moeten vinden. Ook de Franse rechter kan niet zomaar elk feit uit het dossier ten grondslag leggen aan zijn beslissing. Partijen moeten daarover voldoende hebben gedebatteerd. Als partijen dat debat niet wensen te voeren, dient de rechter daarin te berusten. Deze tendens naar een toegenomen belang van hoor en wederhoor werd eerder beschreven als tendens van het beginsel van partijautonomie naar het beginsel van hoor en wederhoor. Men zou ook – of zelfs: beter – kunnen spreken van een verschuiving van lijdelijkheid naar activiteit met hoor en wederhoor.
Hoewel de Engelse rechter nog steeds lijdelijk is, treft men in de literatuur sporadisch een oproep aan tot een meer actievere rechter. Dat betreft enkel, zoals hiervoor vermeld, de aanvulling van rechtsgronden. Het is interessant dat in diezelfde literatuur wordt gesteld dat, voordat de Engelse rechter daartoe zou mogen overgaan, hij partijen eerst over zijn voornemen zou moeten horen. In Nederland is dat slechts vereist als bij het uitblijven van het horen van partijen een ontoelaatbare verrassingsbeslissing zou dreigen. Net als hetgeen wordt bepleit in Engeland, dienen ook de Duitse rechter en de Franse rechter partijen in het algemeen in de gelegenheid te stellen om zich uit te laten over ambtshalve bijeengebrachte rechtsgronden. Dat wordt als noodzakelijk gezien vanuit het beginsel van hoor en wederhoor en zou een goede einduitspraak dienen. Zo neemt het beginsel van hoor en wederhoor een steeds gewichtiger plaats in de civiele procedure in.