Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/7.2
7.2 De stand van de discussie in Engeland en Duitsland
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS369018:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Haug, diss., p. 11 merkt op dat publicaties over bijzondere problemen 'kaum noch überschaubar' zijn, terwijl 'die allgemeinen Regeln des Verjährungsrechts einer eingehenden Beschäftigung nicht wert zu sein scheinen.'. Piekenbrock (2006) schrijft: 'Es gibt wohl nur wenig Rechtsinstitute, bei denen praktische relevanz in einem solchen Miâverhältnis zur Intensität der wissenschaftlichen Bearbeitung steht wie die Verjährung.' In dezelfde zin Oetker (1994), p. 14.
Het werk van Spiro lijkt tot op de dag van vandaag richtinggevend te zijn. De paragraaf 'Zweck und Rechtfertigung der Verjährung' uit Staudinger-Peters (2004) bestaat bijvoorbeeld nagenoeg geheel uit verwijzingen naar Spiro (§ 194 Rnr 5-7). Ook Oetker (1994), p. 14 benadrukt het belang van Spiro's werk.
Kornilakis, diss. p. 19-48; Unterrieder, diss. door het hele boek maar met name p. 14-23; Mansel (2001), p. 342-352; Oetker (1994) welbeschouwd geheel.
Law Commission (1998), p. 11 e.v.
De stelling dat diepgravende publicaties er niet zijn, laat zich, zoals vaker geldt voor dit type negatieve stellingen, lastig bewijzen. Misschien kan ter adstructie dienen dat de Law Commission in haar Consultation Paper de door haar voorgestane verjaringsdoelen uit een aantal verschillende bronnen 'bijeensprokkelt'; in die bronnen vindt men dan eigenlijk steeds alleen het betreffende verjaringsdoel geformuleerd en ontbreekt een breder perspectief. Als er een werk had bestaan dat de ambitie had doel en rechtvaardiging van verjaring meeromvattend te behandelen, zou de Law Commission daamaar in haar Consultation Paper, dat een verkennend en introducerend karakter heeft, toch verwezen hebben (zoals bijvoorbeeld Zimmerman in zijn voorstel aan de Duitse wetgever de prominente positie van Spiro's werk benadrukt).
Een enkel woord over de discussie in het buitenland. Hoewel ook in de Duitstalige doctrine de klacht wordt gehoord dat het verjaringsdebat zich te veel toespitst op details1 is er daar over de fundamenten toch veel meer geschreven dan in Nederland. Er is het standaardwerk van Spiro,2 maar ook andere werken hebben vrij uitvoerig aandacht voor de grondslagen van verjaring.3
Wat het Engelse recht betreft is met name van belang wat de Law Commission in haar Consultation Paper over de "General Policy Aims"4 van verjaringsrecht schrijft, vooral vanwege de concrete termen waarin daar het doel van de verjaring wordt geschetst. Voor het overige zijn publicaties die zich werkelijk toespitsen op of diepgaand aandacht besteden aan doel en rechtvaardiging van verjaring er, voor zover ik heb kunnen nagaan, eigenlijk niet.5