Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/2.2.2
2.2.2 Rechten van pand en vruchtgebruik op aandelen
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS350411:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:89 lid 3 en 198 lid 3 BW, zie voorts Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/425 en B.E. Verburgt, De onbegrensde mogelijkheden van een beperkt recht, Ondernemingsrecht 2014/104, par. 3.
Artikel 2:89 lid 4 en 198 lid 4 BW.
Artikel 3:201 BW, Hoge Raad 23 mei 1958, NJ 1958/458 (Pierlot/Kreemer), Hoge Raad 7 december 1994, NJ 1995/301 (Staatssecretaris van Financiën/Erven X), Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/422.
Artikel 2:88 lid 2 en 3 en 197 lid 2 en 3 BW.
Artikel 2:88 lid 4 en 197 lid 4 BW.
Zie verder Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/411.
Een pandrecht op aandelen is een beperkt recht dat ertoe strekt op die aandelen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Het pandrecht rust mede op dividenden die op het aandeel worden uitgekeerd. Is de schuldenaar in verzuim, dan kan de pandhouder de aandelen doen verkopen – daarbij wel de blokkeringsregeling in acht nemend – en zich op de executie-opbrengst verhalen.1 De pandhouder heeft daarmee een voorwaardelijk economisch belang bij het aandeel. Hij heeft belang bij de waardeontwikkeling van het aandeel, die immers de opbrengst van de executoriale verkoop bepaalt. Bij die opbrengst heeft de pandhouder belang tot het beloop van zijn met het pandrecht verzekerde vordering, mits de schuldenaar in verzuim raakt. Het economische belang van de pandhouder bij het aandeel is voorwaardelijk, maar – bij vervulling van de voorwaarde – wel volledig, zij het tot het beloop van zijn vordering op de pandgever.
Bij de vestiging van het pandrecht kan het stemrecht aan de pandhouder worden toegekend, eventueel onder opschortende voorwaarde. Treedt een ander in de rechten van de pandhouder, dan kan het stemrecht mee overgaan. Bij de BV kan het stemrecht ook na vestiging van het pandrecht, bij schriftelijke overeenkomst, aan de pandhouder worden toegekend. Indien de pandhouder een persoon is aan wie aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, is goedkeuring van een orgaan van de vennootschap vereist.2 De aandeelhouder die (vanwege het pandrecht) geen stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de rechten die de wet toekent aan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten (bij de NV) dan wel de rechten die de wet toekent aan houders van certificaten waaraan vergaderrecht is verbonden (bij de BV). De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft die rechten (bij de NV) tenzij deze hem bij de vestiging of overdracht van het pandrecht of bij de statuten worden onthouden dan wel (bij de BV) indien de statuten dit bepalen en bij vestiging of overdracht van het pandrecht niet anders is bepaald.3
Vruchtgebruik is het recht goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Ten aanzien van vruchtgebruik op aandelen gelden als vruchten, tenzij anders overeengekomen, dividend in contanten en stockdividend. Uitkeringen die betrekking hebben op het eigenlijke vermogensrecht van de aandeelhouder ofwel een realisering van dat vermogensrecht behelzen – zoals een uitkeringen ten laste van de agioreserve – zijn geen vruchten.4 Hieruit valt af te leiden dat aan de vruchtgebruiker slechts een gedeelte van het economische belang bij het aandeel toekomt. Op een eventuele koersstijging van het aandeel heeft hij geen recht, het risico van een koersdaling draagt hij evenmin. Dit ligt overigens anders indien de vruchtgebruiker tot vervreemding en vertering van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen bevoegd is, artikel 3:215 BW. Het economische belang van de vruchtgebruiker is voorts voorwaardelijk. Het eindigt door tijdsverloop, zie artikel 3:203 BW, en kan voorts aan andere voorwaarden worden onderworpen, zie artikel 3:81 BW.
De aandeelhouder behoudt in beginsel het stemrecht op de aandelen, maar onder omstandigheden kan het stemrecht aan de vruchtgebruiker toekomen. Bij de vestiging van het vruchtgebruik kan het stemrecht aan de vruchtgebruiker worden toegekend en bij de overdracht van het recht van vruchtgebruik kan het stemrecht mee overgaan. Bij de BV kan het stemrecht ook na vestiging van het recht van vruchtgebruik, bij schriftelijke overeenkomst, aan de vruchtgebruiker worden toegekend. Indien de vruchtgebruiker een persoon is aan wie aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, is goedkeuring van een orgaan van de vennootschap vereist.5 De aandeelhouder die (vanwege vruchtgebruik) geen stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben de rechten die de wet toekent aan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten (bij de NV) dan wel de rechten die de wet toekent aan houders van certificaten waaraan vergaderrecht is verbonden (bij de BV). De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft die rechten (bij de NV) tenzij deze hem bij de vestiging of overdracht van het vruchtgebruik of bij de statuten worden onthouden dan wel (bij de BV) indien de statuten dit bepalen en bij vestiging of overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.6
Vestiging van een pandrecht of recht van vruchtgebruik vindt plaats op dezelfde wijze als de levering van het onderliggende aandeel.7
Rechten van pand en vruchtgebruik worden gebruikt voor andere doeleinden dan de andere hierna te bespreken derivaten (zie paragraaf 2.6.2a hierna). De context waarin pand en vruchtgebruik worden gebruikt is ook een geheel andere dan die van andere derivaten. In economisch opzicht bestaat echter enige gelijkenis tussen enerzijds de positie van de pandhouder of vruchtgebruiker en anderzijds de positie van de houder van sommige van de hierna te bespreken derivaten. Omdat de rechten van pandhouders en vruchtgebruikers anders dan die van andere derivaten in de wet (Boek 2 BW) worden geregeld, is het interessant pand en vruchtgebruik in de analyse te betrekken.