Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.3.3.1.2
8.3.3.1.2 Het onderzoeksverslag als informatiebron
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972031:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hermans (diss.) 2017, p. 590 en p. 567 e.v. Zie Hermans (diss.) 2017, par. 10.4 voor een weergave van de verschillende elementen waaruit een onderzoeksrapport normaliter bestaat.
Zie hierover ook Hermans (diss.) 2017, p. 573 e.v.
Zie Leidraad Onderzoekers, 7.6.
Zie Hermans (diss.) 2017, p. 588-589.
De tijd tussen indiening van het enquêteverzoek en een inhoudelijk oordeel over het onderzoek bedraagt gemiddeld 120 dagen, met een mediaan van 99 dagen (Hijink & Van de Sandt 2022, p. 71). Tussen 2008 en 2012 bedroeg de tijdsduur van een onderzoek gemiddeld 371 dagen, met een mediaan van 249 dagen (Hermans (diss.) 2017, p. 38).
Het overleggen van (delen uit) het onderzoeksverslag strekt tot het doen van mededelingen aan derden, hetgeen is verboden tenzij de aandeelhouder daartoe op zijn verzoek door de voorzitter van de Ondernemingskamer is gemachtigd (artikel 2:353 lid 3 BW). Zie hierover ook Overkleeft 2022, p. 667 e.v.
Het onderzoeksrapport zal, naast informatie over de onderzoeksmethodiek en bepaalde administratieve informatie, onder meer een weergave bieden van de door de onderzoeker(s) vastgestelde feiten en zijn oordeel over het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon.1 De onderzoeker zal daarbij motiveren hoe die feiten zijn vastgesteld en hoe zijn oordeel over het beleid en de gang van zaken tot stand is gekomen. Mede in dat verband, ten behoeve van de verifieerbaarheid van de feitelijke bevindingen, kan de onderzoeker ervoor kiezen om brondocumenten en gespreksverslagen bij het verslag te voegen.2 In de huidige leidraad voor onderzoekers is de volgende aanbeveling ter zake opgenomen:
“Feitelijke bevindingen en de oordelen, meningen en conclusies van de onderzoeker als weergegeven in het onderzoeksverslag dienen voor partijen – in het bijzonder voor partijen die zelf geen toegang hebben tot de administratie van de rechtspersoon – en de Ondernemingskamer voldoende controleerbaar te zijn. De onderzoeker voegt daarom bij het verslag als bijlagen schriftelijke stukken en gespreksverslagen waaraan wezenlijke bevindingen ontleend zijn. Met betrekking tot gespreksverslagen kan de onderzoeker ook volstaan met het weergeven van relevante citaten daaruit.”3 (onderstr. PH)
Wat betekent dit voor het onderzoeksverslag als informatiebron voor de ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder? In de kern bevat het onderzoeksverslag een weergave van de door de onderzoeker vastgestelde feiten en zijn interpretatie daarvan. Die vaststelling en interpretatie dient tot op zekere hoogte verifieerbaar te zijn voor de ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder. Om die reden zal de aandeelhouder in de regel over primaire bronnen beschikken waaraan de onderzoeker ‘wezenlijke bevindingen’ heeft ontleend. De aandeelhouder zou dus in staat moeten zijn om een eigen beeld te vormen van de belangrijkste feitelijke punten uit het onderzoeksverslag.
Het onderzoeksrapport vormt daarmee in potentie een belangrijke informatiebron voor de ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder. Het is het product van een deskundige onderzoeker die, met behulp van bijzondere wettelijke bevoegdheden, onderzoek heeft gedaan naar (bepaalde aspecten van) het beleid en de gang van zaken van de vennootschap. Op basis van de bronnenlijst die bij het onderzoeksverslag is gevoegd, kan de aandeelhouder bovendien nader onderzoek instellen.4
Het onderzoeksrapport zal echter niet altijd een volwaardig alternatief bieden voor een geschonden informatierecht. Het onderzoek vindt retrospectief plaats, dus nadat het kwaad is geschied, terwijl het informatierecht van de aandeelhouder er veelal juist toe zal hebben gestrekt om dit kwaad te voorkomen door de aandeelhouder daar tijdig over te informeren. Daarbij moet worden bedacht dat het in de praktijk lange tijd kan duren voordat de aandeelhouder toegang krijgt tot het (finale) onderzoeksverslag; veelal ruim een jaar na de indiening van het enquêteverzoek.5 In gevallen waarin het onderzoek ziet op handelen van de vennootschapsleiding waardoor het belang van de aandeelhouder is geschaad, betekent dit dat het meestal te laat zal zijn voor de aandeelhouder om nog maatregelen te treffen die gericht zijn op het beperken van die schade.
Hoewel dit de waarde van het onderzoeksverslag voor de positie van de ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder relativeert, wil ik deze waarde niet bagatelliseren. Het onderzoeksverslag kan een belangrijk middel blijken in de dialoog met de vennootschapsleiding. Ook kan de aandeelhouder, mits daartoe gemachtigd door de voorzitter van de Ondernemingskamer,6 het verslag gebruiken in andere (vervolg)procedures, bijvoorbeeld om een schadevergoedingsvordering te onderbouwen. Het onderzoek is echter geen alternatief voor onmiddellijke voorzieningen of andere instrumenten die zijn gericht op het waarborgen van de informatiepositie van de aandeelhouder.