Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.6.1:2.6.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.6.1
2.6.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS469255:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In ons land gold vanaf 1 januari 1812 de Franse registratiewet als gevolg van de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk. Op grond van deze wet, ook wel de Frimaire-wet van 12 december 17981 genoemd, werd een soort overdrachtsbelasting geheven naar een tarief van 2,5%. De Frimaire-wet werd pas op 1 juni 1917 vervangen door de Registratiewet 1917.
Er was vanaf het begin veel onvrede over de Frimaire-wet van vóór de Code Napoleon. Talloze pogingen zijn ondernomen om het wettelijke stelsel te wijzigen, maar lang bleef het bij ‘incidentele Nederlandse lappen op het Franse legislatieve kostuum’.2 Het duurde echter tot 1906 voordat er wezenlijke vooruitgang werd geboekt. In 1906 werd namelijk een Staatscommissie tot herziening van de Registratiewetgeving (hierna: staatscommissie) ingesteld,3 die onder meer tot taak had om het zakenrecht en de registratiewetgeving te herzien. Directe aanleiding tot de instelling van die staatscommissie was een toespraak van het toenmalige lid van de Tweede Kamer mr. M.W.F. Treub op 31 december 1905 in de Tweede Kamer. Uiteindelijk heeft het onderzoek van de staatscommissie geleid tot de invoering van de Registratiewet van 1917.