Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.4.3.3
3.4.3.3 Scheme of arrangement
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192546:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Part 26 Companies Act 2006.
Aldus Justice Street in de Australische zaak Re Norfolk Island and Byron Bay Whaling Co (1969) 90 WN part 1 (NSW) 351. Zie voor soortgelijke bewoordingen In re SABMiller Plc [2016] EWHC 2153 (Ch), nr. 48. “The purpose of the scheme jurisdiction is to facilitate compromises or arrangements, by supplying a statutory alternative to an agreement between the company and its relevant members or creditors, in a case in which the company cannot obtain the consent of all such members or creditors. The scheme mechanism allows the parties to override the absence of unanimous consent by allowing the specified majority to bind the dissentient or absent minority.”
Payne 2014, p. 12.
Het Cork Report vermeldt dat een scheme of arrangement (in die tijd, in 1982) slechts zelden werd gebruikt ten aanzien van insolvente ondernemingen. Het rapport noemt onder meer de complexiteit en formaliteiten van de procedure, mede als gevolg van de grote rechterlijke betrokkenheid, als achilleshiel. Zie verder: Cork Report 1982, p. 98-101. Eenzelfde conclusie werd getrokken in DTI/Treasury Review Report 2000, nr. 43. Eind jaren ’90 en aan het begin van het nieuwe millennium werden schemes met succes gebruikt om de aanspraken op failliete verzekeringsmaatschappijen af te wikkelen. In diezelfde periode bewees de scheme diverse telecommaatschappijen met een problematische schuldenlast goede diensten. In de laatste economische crisis is de scheme veelvuldig ingezet in internationale herstructureringen. Zie voor een overzicht van deze revival: Pilkington 2017, p. 2-4.
s896 Companies Act 2006.
Zie daarover nr. 379.
s899(1) Companies Act 2006.
Re Alabama, New Orleans, Texas and Pacific Junction Railway Company [1891] 1 Ch. 213. Zie over de vereisten voor sanctioning uitgebreider nr. 515.
s899(4) Companies Act 2006.
Paterson 2018, p. 477.
Snowden 2018; Pilkington 2017, §1.012 en 2.017.
Vgl. Cork Report 1982, p. 101: “We doubt whether painstaking perusal of documents by Court officials with little or no experience of commerce or finance provides any real protection for creditors or contributories”.
Snowden 2018.
Vóór 2 oktober 2017 was de High Court of Justice Chancery Division Companies Court de bevoegde rechter. Een reorganisatie van de rechterlijke macht resulteerde op 2 oktober 2017 in de oprichting van de ‘Business & Property Courts’, alwaar diverse gespecialiseerde afdelingen zijn ondergebracht. Zie daarover The Business and Property Courts of England & Wales, An Explanatory Statement, 18 mei 2017, te raadplegen op www.judiciary.uk (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Zie bijvoorbeeld British Aviation Re The British Aviation Insurance Co Ltd [2005] EWHC 1621 (Ch), nr. 69; Pilkington 2017, §8.007-009; Paterson 2018, p. 476.
Zo volgt uit de biografieën van de twaalf rechters die op 30 december 2019 lid waren van de Chancery Division: vgl. https://www.judiciary.uk/you-and-the-judiciary/going-to-court/high-court/the-chancery-division/judges (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Zie bijvoorbeeld: Payne 2018b, p. 454; O’Dea, Long & Smyth 2012, §1.13; Tollenaar 2016, §7.15.
Payne 2018b, p. 454. Zie voor de voorschriften over de vereiste documentatie, zoals het explanatory statement, s897-899 Companies Act 2006. Spierings & Van Gasteren 2017 noemen in bijlage I een periode van 6-8 weken van voorbereiding voorafgaand aan de distributie van het practice statement letter. Zie verder nr. 187 en 231.
Payne 2014, p. 5; DTI/Treasury Review Report 2000, nr. 43 waarin wordt opgemerkt dat schemes “tend to be demanding of expensive legal resource and have generally been the preserve of larger companies.” In vergelijkbare zin: Cork Report 1982, p. 101; Payne 2018b, p. 454.
DTI/Treasury Review Report 2000, nr. 43
Payne 2018b, p. 454; DTI/Treasury Review Report 2000, nr. 43. Paterson stelt dat de scheme vanuit het perspectief van grotere ondernemingen een “light touch” procedure is, terwijl het instrument “relatively procedurally heavy” voor kleinere ondernemingen is. Vgl. Paterson 2018, p. 477.
Cork Report 1982, p. 101.
Zie daarover uitgebreider nr. 262.
Zo kan met een scheme of arrangement een debt for equity swap gerealiseerd worden, terwijl middels een parallel CVA-proces de huurverplichtingen van de schuldenaar aangepast kunnen worden. Vgl. Agnello & Griffiths 2013, p. 48.
Zie daarover ook Tollenaar 2016, §7.15.
Cork Report 1982, p. 100. In nr. 187, 294 en 337 komt aan bod dat het Practice Statement uit 2002 dit knelpunt grotendeels heeft weggenomen.
Zie daarover uitgebreider nr. 469-472.
Zie daarover nr. 539.
Zie over deze ‘transfer schemes’ uitgebreid §9.6.2.1.
Dat dit wordt onderkend blijkt uit de vele consultaties over de invoering van een moratorium. Zie daarover §5.8.2.3.
Zie daarover nr. 253.
In reactie op een consultatie die in 2016 werd gehouden: Insolvency Service 2016a.
Government response: Insolvency and Corporate Governance 2018, §5.125 (“It was clear that there were concerns around the possibility of modifying the existing framework for schemes of arrangement which respondents said works well. The Government is aware of the importance of schemes of arrangements to facilitate the restructuring of large international companies and as a result does not propose to make any changes to the existing law of schemes.”)
Eén van de vragen in de consultatie was of er een volledig nieuwe akkoordprocedure moest komen, of dat bestaande procedures moesten worden aangepast, vgl. Insolvency Service 2016a, §9.14. Government response: Insolvency and Corporate Governance 2018, §5.124-125.
Government response: Insolvency and Corporate Governance 2018, §5.135.
Government response: Insolvency and Corporate Governance 2018, §5.
Government response: Insolvency and Corporate Governance 2018, §2.17.
80. De Engelse scheme of arrangement (ook wel: ‘scheme’) is een rechtsfiguur die dateert uit de 19e eeuw. Een scheme of arrangement is een door de rechter gesanctioneerde ‘compromise or arrangement’ tussen een vennootschap en haar schuldeisers en/of aandeelhouders.1 De wettelijke regeling biedt “machinery (i) for overcoming the impossibility or impracticability of obtaining consent of every member of the class intended to be bound thereby; and (ii) for preventing, in appropriate circumstances, a minority of class members frustrating a benefi cial scheme”.2 Een gekwalificeerde meerderheid van schuldeisers of aandeelhouders kan de minderheid binden.
De regeling van de scheme of arrangement is onderdeel van het Engelse ondernemingsrecht. Een scheme kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor een overname, de afwikkeling van aanspraken op een failliete verzekeraar of voor een financiële herstructurering van een onderneming in moeilijkheden. Schemes die betrekking hebben op de rechten van aandeelhouders worden ‘member schemes’ genoemd, terwijl de term ‘creditor schemes’ gebruikt wordt voor schemes waarmee de rechten van schuldeisers geherstructureerd worden.3 In het kader van dit onderzoek is vooral de laatste toepassingsmodaliteit erg interessant. Hoewel de scheme lange tijd niet meetelde als herstructureringsinstrument wordt Part 26 van de Companies Act 2006 tegenwoordig veelvuldig gebruikt om financieel noodlijdende ondernemingen te reorganiseren.4
Het scheme-proces gaat gepaard met de nodige formaliteiten. Bovendien houdt de rechter streng toezicht op de totstandkoming van de scheme. De schuldeisers worden opgedeeld in klassen. Na de ‘‘hearing to convene meetings’ worden vergaderingen van schuldeisers uitgeschreven.5 Men kan ervoor kiezen een scheme slechts aan bepaalde (klassen van) schuldeisers aan te bieden, hetgeen als een groot voordeel wordt ervaren. Op die manier kan de vennootschap er bijvoorbeeld voor kiezen om slechts haar schuld aan haar obligatiehouders te herstructureren terwijl de overige crediteuren volledig worden voldaan. Op die manier hoeft de dagelijkse bedrijfsvoering niet stil komen te liggen.6 Voor het aannemen van de scheme dienen alle klassen in te stemmen met het voorstel. Binnen een klasse is een gekwalificeerde meerderheid vereist: ten minste de helft van de schuldeisers, vertegenwoordigende 75% van de waarde van de vorderingen in die klasse moet vóór het voorstel stemmen.7 Binnen een klasse kunnen de tegenstemmers aan de scheme gebonden worden, mits de rechter de voorgelegde scheme homologeert (‘sanctioning’). Tijdens deze laatste zitting toetst de rechter onder meer of de procedure correct is nageleefd en of de voorwaarden van de scheme aanvaardbaar zijn. Hierbij toetst de rechter onder meer of de voorgestelde scheme dusdanig redelijk is dat “an intelligent and honest man, who is a member of that class, and acting alone in respect of his interest as such a member, might approve of it.”8 Tot slot moet het homologatievonnis worden ingeschreven in het daartoe bestemde register.9
81. Schemes of arrangement hebben een goede reputatie in de (internationale) herstructureringspraktijk. Paterson schrijft dat de scheme met name goed functioneert voor zogenaamde “largely consensual” deals: het gaat dan om gevallen waarin de overgrote meerderheid van de vermogensverschaffers instemt met de voorgestelde herstructurering en de scheme dus slechts noodzakelijk is om een kleine groep weigerachtige of onbekende crediteuren aan het plan te binden.10
Het succes van de scheme is in de eerste plaats te danken aan de flexibiliteit van het instrument. De wettelijke regeling is beknopt en biedt daardoor veel ruimte voor aansluiting op de behoeften van ondernemingen en ontwikkelingen in de praktijk.11 De groep adviseurs die schemes begeleidt bestaat uit zeer gespecialiseerde professionals. Het gaat om accountants, sollicitors en barristers wier praktijk grotendeels bestaat uit het begeleiden van schemes. De relevante marktpartijen zijn dus zeer gespecialiseerd en ervaren. Ten slotte speelt de expertise en werkwijze van de bevoegde rechters een sleutelrol in het succes. Hoewel in het Cork Report nog werd betwijfeld of de Engelse rechter daadwerkelijk in staat was de belangen van vermogensverschaffers te beschermen,12 wordt tegenwoordig breed onderschreven dat de rechterlijke macht juist in belangrijke mate bijdraagt aan het succes van de scheme als herstructureringsinstrument.13 De bevoegde rechters van de Chancery Division van de Business and Property Courts14zijn snel, praktisch en kritisch. Keer op keer benadrukken zij dat het schemeproces geen “rubber stamp procedure” is.15 Leden van de Chancery Division zijn vóór hun overstap naar de rechterlijke macht doorgaans werkzaam geweest als barrister of sollicitor in de commerciële rechtspraktijk, waardoor zij veel affiniteit hebben met de aan hen voorgelegde zaken.16
82. Hoewel schemes in het recente verleden hun grote waarde hebben bewezen als flexibel herstructureringsinstrument, is er ook kritiek.17 In de eerste plaats is een scheme-proces geen sinecure. In de praktijk zijn al gauw enkele weken tot enkele maanden gemoeid met het opstellen van alle benodigde documentatie.18 De hiermee gepaard gaande advieskosten zijn aanzienlijk. Dit gegeven, in combinatie met de twee verplichte zittingen bij rechter maakt een scheme-proces een kostbare aangelegenheid.19 Het proces is wel omschreven als “complex, cumbersome and expensive”.20 Een scheme of arrangement is daarom niet voor alle typen ondernemingen weggelegd.21
De Commissie Cork beval om die reden in 1982 aan een nieuwe akkoordprocedure te introduceren. Deze akkoordprocedure zou met minder formaliteiten omgeven moeten zijn dan de scheme en (mede) daardoor ook een reële optie zijn voor wat kleinere ondernemingen.22 In 1986 is het Company Voluntary Arrangement (‘CVA’) als nieuw instrument opgenomen in de Insolvency Act. De stemming over een CVA vindt in één groep plaats. Indien de vereiste meerderheid wordt gehaald is het plan verbindend, tenzij één of meer partijen de redelijkheid van het plan bij de rechter ter discussie stellen. Tijdens een CVA-proces kan een afkoelingsperiode van kracht zijn.23 Hoewel de CVA en de scheme of arrangement doorgaans als alternatieven worden gezien, zijn de instrumenten ook wel eens gecombineerd om een herstructurering te bewerkstelligen.24
Naast kritiek op het prijskaartje dat hangt aan een schemetraject zijn ook juridische beperkingen van de regeling gesignaleerd.25 Zo vormt de klassenindeling een belangrijke bron van disputen.26 Ook het getalsvereiste bij de stemming, de zogenaamde ‘headcount’, leidt tot de nodige besognes.27 Een belangrijke beperking van de regeling van Part 26 Companies Act 2006 is dat alle klassen moeten instemmen met het voorstel. Een ‘cross class cram down’ van een klasse waarin de vereiste meerderheid niet is gehaald is niet mogelijk.28 Om een klasse ‘out of the money’’-partijen de facto te binden aan een plan hanteert de praktijk een bijzondere route waarin schemes worden gecombineerd met een activatransactie.29 Een ander mogelijk nadeel van de scheme of arrangement is dat tijdens de totstandkoming van een scheme geen afkoelingsperiode van kracht is. Individuele schuldeisers kunnen in beginsel beslag- en executiemaatregelen blijven treffen, hetgeen de reddingsoperatie in de wielen kan rijden.30 Ook bestaan er geen beperkingen aan een beroep op ‘ipso facto’-clausules tijdens het herstructureringsproces.31
83. Het merendeel van deze knelpunten wordt ook door de Engelse regering onder ogen gezien. In augustus 2018 kondigde zij herziening van het ‘corporate insolvency framework’ aan.32 De regering geeft aan dat zij niet aan de regeling inzake de scheme of arrangement zal tornen, 33 maar voor een nieuwe “standalone” procedure opteert.34 Deze ‘restructuring plan procedure’ wordt gemodelleerd naar de scheme of arrangement. Zo zal de nieuwe procedure beschikbaar zijn voor solvente én insolvente ondernemingen, en zal deze bestaan uit dezelfde drie fasen als het scheme-proces: na een hearing to convene meetings stemmen de partijen over het plan en vervolgens dient een rechter het plan te homologeren.35 Om de reorganisatie van financieel noodlijdende maar levensvatbare ondernemingen te faciliteren, zal er onder meer een moratorium, een beperking aan het beroep op ipso facto-clausules en een cross class cram down worden ingevoerd.36 Deze voornemens zijn nog niet omgezet in concrete wetsvoorstellen. De regering zal daartoe overgaan “as soon as parliamentary time permits”.37 De voorgestelde wijzigingen zijn als ‘radicaal’ en ‘seismisch’ bestempeld.38 In het tweede deel van dit onderzoek zal daar waar relevant worden stilgestaan bij de voorstellen van de Engelse regering.