Gst. 2004, 5
Rb. Groningen, 22-01-2003, nr. 52197/HAZA01-383
Rb. Groningen 22-01-2003, ECLI:NL:RBGRO:2003:AF3138, m.nt. A.H.M. Dölle
- Instantie
Rechtbank Groningen
- Datum
22 januari 2003
- Magistraten
mrs. Hidma, Schuiling, Brandsma en E.J. Oostdijk
- Zaaknummer
52197/HAZA01-383
- Noot
A.H.M. Dölle
- LJN
AF3138
- JCDI
JCDI:ADS882850:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Staatsrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBGRO:2003:AF3138, Uitspraak, Rechtbank Groningen, 22‑01‑2003
- Wetingang
GW art. 10; GW art. 12; EVRM art. 8; BW Boek 6 art. 106 lid 1; Gem.w art. 172; Politiewet 1993 art. 12 lid 4; Politiewet 1993 art. 23
Essentie
Hoofdelijke aansprakelijkheid gemeente voor immateriële schade ten gevolge van uitblijven politieoptreden ten behoeve van belaagde burgers. Ernstige inbreuk persoonlijke levenssfeer — gevoel voor grote onveiligheid en ernstig geschokt rechtgevoel. Psychische schade geen absolute voorwaarde. (Groningen)
Samenvatting
De rechtbank stelt vast dat in de nacht van 30 op 31 december 1997 eisers in hun woning door een grote groep jongeren zijn belaagd, die ook vernielingen aanrichten aan de woning. De politie trad pas bijna vijf uren na de melding van het beleg op. Deze lange duur werd veroorzaakt door afwegingen met betrekking tot risico's van politie-inzet voor personeel en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.