Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.1
3.1 Inleiding
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675672:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
AP januari 2020 en Consultatiewetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en enkele andere wetten in verband met het stroomlijnen en actualiseren van het gegevensbeschermingsrecht (Verzamelwet gegevensbescherming), Art. III. Faillissementswet, art. 68a lid 1 [Dossiernummer nog onbekend].
Bijvoorbeeld bij tegeldemaking van de boedel waardoor persoonsgegevens in de administratie, klantenbestanden of personeelsdossiers worden doorgegeven aan een derde, brief Autoriteit Persoonsgegevens AP, p. 3, 6 en 10.
Zie uitgebreider ’t Hart 2020.
Consultatie Memorie van Toelichting wetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en enkele andere wetten in verband met het stroomlijnen en actualiseren van het gegevensbeschermingsrecht (Verzamelwet gegevensbescherming), p. 1. De AP geeft over de door de Minister geconstateerde behoefte aan dat de onderbouwing van de noodzaak van een bepaling voor de curator “feitelijk slechts steunt op een algemene verwijzing naar behoefte in de praktijk”. Tevens vraagt de AP zich af “in welke opzichten die [faillissements-]praktijk bijzonder is en of niet volstaan kan worden met concrete verduidelijking op die punten”, zie brief AP 20 mei 2020, https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/advies_verzamelwet_gegevensbescherming.pdf.
Persoonsgegevens spelen een grote rol bij vrijwel ieder faillissement. De curator verwerkt op tal van momenten tijdens de afwikkeling van het faillissement persoonsgegevens, bijvoorbeeld doordat hij de administratie van de failliet en de daarin aanwezige persoonsgegevens doorzoekt, onderzoek doet naar de oorzaken van het faillissement, de persoonsgegevens van werknemers doorgeeft aan het UWV of een klantenbestand verkoopt. Het afgelopen jaar heeft zowel de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als de regering aandacht besteed aan de rol van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) tijdens faillissement.1 Centraal in deze initiatieven staat de grondslag die de curator heeft voor de verwerking van persoonsgegevens tijdens het faillissement.2
De AVG biedt zes grondslagen waarop een verwerking van persoonsgegevens kan berusten. Iedere verwerking moet worden gebaseerd op een van die grondslagen. Ook de curator heeft dus een grondslag nodig voor iedere verwerking van persoonsgegevens.3
Op dit moment is voor de curator vaak onduidelijk welke grondslag hij kan gebruiken voor de verwerking van persoonsgegevens. Dit is problematisch omdat voorafgaand aan een verwerking duidelijk moet zijn op welke grondslag die verwerking wordt gebaseerd. In haar brief aan INSOLAD van januari 2020 stelt de AP bijvoorbeeld dat een curator de verwerking van persoonsgegevens vaak alleen mag baseren op toestemming van alle betrokkenen, zeker als de persoonsgegevens aan een ander worden verstrekt.4 Dit is echter relatief onaantrekkelijk en onpraktisch voor curatoren: toestemming vragen is kostbaar omdat het veel tijd kost, is gebonden aan strenge voorwaarden5 en een betrokkene zijn toestemming kan intrekken.6 Daarnaast zal de curator niet steeds toestemming krijgen, wat een efficiënte afwikkeling van het faillissement tegenwerkt. Voor de verwerking van speciale persoonsgegevens (zoals medische gegevens, informatie over het lidmaatschap van een vakbond en het BSN),7 ontbeert de curator vaak in het geheel een grondslag.8
In 2020 heeft de Minister voor Rechtsbescherming een consultatievoorstel gepubliceerd voor een nieuw artikel 68a Faillissementswet (hierna: het wetsvoorstel). De Minister constateert dat er sterke behoefte is aan “sectorale wetgeving die als gevolg van de AVG is aangepast”.9 Artiktel 68a Fw van het consultatievoorstel kan worden gezien als een uitwerking voor de curator. Het voorstel beoogt de bevoegdheid van de curator te verankeren om persoonsgegevens te verwerken met als grondslag de taak van algemeen belang.10 Deze taak bestaat uit beheren en vereffenen (art. 68 Fw). Het wetsvoorstel biedt de curator een aantrekkelijkere en eenvoudigere grondslag om persoonsgegevens te verwerken gedurende het faillissement dan hij momenteel heeft. Het bevat daartoe een lijst van feitelijke gedragingen en rechtshandelingen die in ieder geval onder de taak van de curator vallen en waarvoor de curator, mits noodzakelijk, persoonsgegevens mag verwerken.
Het is de vraag of artikel 68a Fw zijn doel bereikt. Is het wetsvoorstel ‘AVG-proof’ en stelt het de curator werkelijk in staat om zijn werkzaamheden goed uit te voeren? Om deze vragen te beantwoorden, ga ik eerst nader in op de grondslag van de taak van algemeen belang in de AVG (§3.2) en de vereisten voor die grondslag (§3.3). Vervolgens bespreek ik het voorgestelde artikel 68a meer in detail. In §3.4 ga ik in op de verwerking van normale persoonsgegevens, in §3.5 op de verwerking van speciale persoonsgegevens. Ik sluit af met een conclusie (§3.6).