NJB 2024/2043:Schorsing of opschorting van de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking door verzet tegen die strafbeschikking, art. 6:1:17 lid 2 Sv: zolang niet onherroepelijk op dat verzet is beslist, kan niet worden overgegaan tot het nemen van verhaal krachtens een dwangbevel als bedoeld in art. 6:4:5 lid 1 Sv. Op grond van artikel 6:4:5 lid 3 Sv is de betrokkene in zijn cassatieberoep alleen ontvankelijk na voorafgaande consignatie (zekerheidstelling) van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten op de griffie van het gerecht dat de beschikking heeft gegeven, of waartoe de rechter behoort van wie de beschikking afkomstig is. Hoewel in casu binnen de gestelde termijn geen consignatiebetaling van de betrokkene is ontvangen, vindt de Hoge Raad in deze zaak echter geen grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep dat de betrokkene heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank op het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.