Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/8.2.2.1
8.2.2.1 Inleiding
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648854:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 mei 2018, NJ 2018/239: Op de staat rust op grond van art. 4 lid 3 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Rome 25 maart 1957 (‘VWEU’) en art. 288 derde volzin VWEU de plicht om Europese richtlijnen juist te implementeren. Het nalaten daarvan is onrechtmatig (HR 18 september 2015, NJ 2016/166, r.o. 3.4.4).
Vierde Richtlijn (78/660/EEG) van de Raad van 25 juli 1978.
De groepsvrijstellingsregeling zou zijn opgenomen op aandringen van Nederland, zie Beckman in Assink e.a. 2015, par. 2.3.1.
Richtlijn 68/151/EEG van 9 maart 1968.
Richtlijn 77/91/EEG van 13 december 1976.
Richtlijn 77/91/EEG van 13 december 1976.
Het historische verloop van het wetgevingsproces van de Nederlandse vrijstellingsregeling laat zien dat de Nederlandse wetgever zich slechts ten dele iets heeft aangetrokken van de ontwikkelingen op het gebied van het communautaire recht.1 Op Europees niveau werd in 1978 met de uitvaardiging van de Vierde Richtlijn2 eveneens een vrijstellingsregeling geïntroduceerd.3 Deze groepsvrijstelling op Europees niveau was nodig omdat de Eerste Richtlijn4 en de Tweede Richtlijn5 aan de lidstaten bepaalde verplichtingen oplegden ten aanzien van de openbaarmaking en bewaring van jaarrekeningen. In de Europese variant van de vrijstellingsregeling wordt dan ook specifiek naar deze richtlijnen verwezen. De bepalingen uit de Eerste Richtlijn waarvoor de vrijstelling moest gelden waren de volgende:
Artikel 1
De door deze richtlijn voorgeschreven coördinatiemaatregelen zijn van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de Lid-Staten die betrekking hebben op vennootschappen van de volgende rechtsvorm:
(...)
Ten aanzien van Nederland: de naamloze vennootschap, de commanditaire vennootschap op aandelen.
Artikel 2
De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat de verplichte openbaarmaking betreffende vennootschappen tenminste plaatsvindt voor de volgende akten en gegevens: (...)
de balans en de winst- en verliesrekening van elk boekjaar. In het document waarin de balans is opgenomen dient de identiteit te worden vermeld van de personen die krachtens de wet tot taak hebben deze te waarmerken. De verplichte toepassing van deze bepaling op de en artikel 1 vermelde vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid naar Duits, Belgisch, Frans, Italiaans en Luxemburgs recht, alsmede op de besloten naamloze vennootschap naar Nederlands recht wordt evenwel uitgesteld tot de tenuitvoerlegging van een richtlijn betreffende de coördinatie van de inhoud van balansen en winst- en verliesrekeningen en betreffende ontheffing van de verplichting tot volledige of gedeeltelijke openbaarmaking van deze stukken voor deze vennootschappen, voor zover het bedrag van hun balans beneden een in deze richtlijn vast te stellen hoogte blijft .
De Raad zal deze richtlijn vaststellen binnen twee jaar volgende op het aannemen van onderhavige richtlijn;
Artikel 3
In iedere Lid-Staat wordt hetzij bij een centraal register hetzij bij een handelsregister of vennootschapsregister voor elk der aldaar ingeschreven vennootschappen een dossier aangelegd.
Alle akten en alle gegevens die krachtens artikel 2 openbaar gemaakt dienen te worden, worden in het dossier opgenomen of ingeschreven in het register; de inhoud van het in het register ingeschrevene dient in elk geval uit het dossier te blijken.
Volledig of gedeeltelijk afschrift van elke in artikel 2 bedoelde akte of gegeven moet op schriftelijke aanvraag kunnen worden verkregen; de kosten van dit afschrift mogen de administratiekosten niet overschrijden.
De aldus toegezonden afschriften worden voor eensluidend afschrift gewaarmerkt, tenzij de aanvrager te kennen geeft hierop geen prijs te stellen.
De in lid 2 bedoelde akten en gegevens worden in het door de Lid-Staat aangewezen nationale publikatieblad bekend gemaakt, hetzij in hun geheel of in uittreksel, hetzij door een mededeling omtrent het opnemen van het document in het dossier of de inschrijving daarvan in het register.
De akten en gegevens kunnen door de vennootschap niet dan na de in lid 4 bedoelde bekendmaking aan derden worden tegengeworpen, tenzij de vennootschap aantoont dat deze derden er kennis van droegen; evenwel kunnen deze akten en gegevens met betrekking tot handelingen die zijn verricht v}}r de zestiende dag volgende op die van deze bekendmaking niet worden tegengeworpen aan derden, die aantonen dat zij er onmogelijk kennis van hebben kunnen dragen.
De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om elke tegenstrijdigheid te vermijden tussen de inhoud van de in de pers gepubliceerde tekst en die van het register of van het dossier .
Ingeval van tegenstrijdigheid echter, kan de in de pers gepubliceerde tekst niet aan derden worden tegengeworpen; dezen kunnen er zich echter wel op beroepen, tenzij de vennootschap aantoont dat zij kennis droegen van de in het dossier opgenomen of in het register ingeschreven tekst.
Derden kunnen zich bovendien steeds beroepen op akten of gegevens ten aanzien waarvan de formaliteiten van openbaarmaking nog niet zijn vervuld, tenzij het nalaten van de openbaarmaking leze van rechtsgevolgen berooft.
In de Tweede Richtlijn6 inzake het kapitaal van een rechtspersoon is ten slotte ook nog een verplichting opgenomen die ziet op de jaarstukken:
Artikel 22
(...)
Wanneer de wetgeving van een Lid-Staat aan vennootschappen toestaat eigen aandelen te verkrijgen, hetzij zelf, hetzij via een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt, eist zij dat het jaarverslag ten minste vermeldt:
de redenen van de verkrijgingen gedurende het boekjaar;
het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van de gedurende het boekjaar verkregen en vervreemde aandelen, alsmede het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat deze vertegenwoordigen;
in geval van verkrijging of vervreemding onder bezwarende titel : de waarde van de vergoeding;
het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van alle aandelen die de vennootschap heeft verkregen en in portefeuille houdt, alsmede het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat deze vertegenwoordigen.
De Europese variant van de vrijstellingsregeling heeft door de jaren heen een ontwikkeling doorgemaakt. De allereerste Europese variant was terug te vinden in artikel 57 van de Vierde Richtlijn van 1978. Met artikel 43 van de Zevende Richtlijn van 1983 werd artikel 57 van de Vierde Richtlijn licht gewijzigd. De meest recente versie van de Europese vrijstellingsregeling is terug te vinden in artikel 37 van de Europese Richtlijn Jaarrekening van 2013. Deze bepaling heeft haar voorgangers vervangen.