V-N 2025/42.4
APV-regeling voor oude familiestichting niet strijdig met art. 1 EP en art 14 EVRM
HR 26-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1389, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 september 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/02647
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25436:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1389, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:303, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
- Wetingang
art. 14 EVRM; art. 1 EVRM, protocol 1; art. 2.14a Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de heffing op basis van de APV-regeling op stelselniveau voldoet aan het uit art. 1 Eerste Protocol van het EVRM voortvloeiende vereiste van een ‘fair balance’ en als gevolg daarvan geen inbreuk maakt op deze verdragsbepaling.
Samenvatting
X is weduwe van een familielid van de oprichter van een familiestichting. Hij heeft in 1907 de stichting opgericht om zijn familie financieel te ondersteunen. Op 1 januari 2018 is het vermogen van de stichting ruim € 8 mln. De inspecteur heeft op basis van de stamboom 1,926% van het vermogen van de stichting aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.