Prg. 2023/340
P-G concludeert contrair. De aard van de inningsprocedure over de eigen bijdrage van een toevoeging, verzet zich tegen een titel voor de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
HR 10-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1532
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 november 2023
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/00662
- Conclusie
P-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Rechtsbijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1532, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:656, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Biedt inningsprocedure eigen bijdrage uit toevoeging tevens ruimte om buitengerechtelijke kosten toe te wijzen?
Nee. Laagdrempelige inningsprocedure en voortvarende executoriale titelverlening verzetten zich daartegen.
Samenvatting
Aan de rechtzoekende is een toevoeging verleend met een eigen bijdrage van € 143. De rechtsbijstand is verstrekt, maar de eigen bijdrage niet betaald. In de inningsprocedure verzoekt de advocaat tevens een titel voor inning van de incassokosten van € 40. De voorzieningenrechter heeft dit afgewezen, omdat verzoeken ex art. 38 lid 4 Wrb en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) zijn vrijgesteld van griffierecht en niet voorzien in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.