Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/3.7.1:3.7.1 Inleiding
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/3.7.1
3.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940230:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 25 juni 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht), 29 702, Stb. 2009, 264 en de bijbehorende aanpassingswet, de Wet van 25 juni 2009 tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb), 31 124, Stb. 2009, 265. De inwerkingtreding is vastgesteld bij Besluit van 25 juni 2009, Stb. 2009, 266.
Zie daaromtrent nader paragraaf 6.5.2.2 en paragraaf 6.5.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 juli 2009 is de Vierde Tranche van de Awb in werking getreden.1 Deze tranche omvatte onder meer een reeks bepalingen die voor alle bestuurlijke boetes (dus ook voor fiscale bestuurlijke boetes) zijn gaan gelden. De voor het fiscale bestuurlijke boeterecht belangrijkste materiële wijziging uit de Vierde Tranche Awb was de introductie van het medeplegerschap. Daardoor kon voortaan in bepaalde gevallen ook aan derden (niet-belastingplichtigen) een fiscale bestuurlijke boete worden opgelegd.2 De Vierde Tranche Awb bevatte ook een harmonisatie en stroomlijning van formeelrechtelijke bepalingen, waardoor vrijwel alle procesrechtelijke bepalingen uit de AWR overbodig werden. Sinds de inwerkingtreding van de Vierde Tranche Awb bestaat de bijzondere AWR-wetgeving inzake de fiscale bestuurlijke boete daarom alleen nog uit de materiële boetebepalingen (die de omschrijving van het beboetbaar feit en de hoogte van de boete regelen) en enkele fiscale afwijkingen van de algemene procesrechtelijke regels uit de Awb.
In paragraaf 3.7.2 geef ik een korte beschouwing van de relevante onderdelen van de Vierde Tranche Awb. Daaruit zal blijken dat het strafkarakter van de (fiscale) bestuurlijke boete niet langer ter discussie staat.