Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/3.3.2:3.3.2 Conclusie
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/3.3.2
3.3.2 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS605777:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Hof van Justitie eist dat de nationale rechter wetgeving zoveel mogelijk overeenkomstig een niet of gebrekkig omgezette richtlijn interpreteert. De verplichting tot richtlijnconforme interpretatie kan echter niet als grondslag dienen om nationale wetgeving contra legem te interpreteren. Ook mag nationale wetgeving niet zodanig worden geïnterpreteerd dat er een strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat of wordt verzwaard. Meer in het algemeen vindt de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie haar grens in de algemene rechtsbeginselen die deel uitmaken van het EU-recht, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht.
Het voorgaande betekent echter niet dat de nationale rechter niet bevoegd is om in de niet-verplichte situaties de nationale wetgeving toch richtlijnconform te interpreteren, deze bevoegdheid blijft in beginsel bestaan. In de Nederlandse rechtspraak is daarbij gebleken dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bereid is wetgeving richtlijnconform te interpreteren, zolang er aanknopingspunten voor een dergelijke interpretatie in de wetgeving te vinden zijn. Daarbij staat een eventueel nadelig gevolg voor een private partij niet aan die richtlijnconforme interpretatie in de weg. Verder is erop gewezen dat indien wetgeving is vastgesteld ter implementatie van een richtlijn, zulks een argument levert voor richtlijnconforme interpretatie.