Deze zaak hangt samen met de zaak 12/02798 van mede verdachte [medeverdachte].
HR, 02-07-2013, nr. 12/02365
ECLI:NL:HR:2013:68
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-07-2013
- Zaaknummer
12/02365
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:68, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2013; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:47, Gevolgd
In cassatie op: ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9343, Niet ontvankelijk
ECLI:NL:PHR:2013:47, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑05‑2013
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:68, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 02‑07‑2013
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o in cassatieberoep.
Partij(en)
2 juli 2013
Strafkamer
nr. 12/02365
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 20 maart 2012, nummer 24/000983-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2013.
Conclusie 14‑05‑2013
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o in cassatieberoep.
Nr. 12/02365
Mr. Aben
Zitting 14 mei 2013
Conclusie inzake:
[verdachte] 1.
1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld.
3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 14‑05‑2013