NJB 2024/1955
Koerswijzigingsschade. Een Nederlandse vennootschap verkoopt een dochteronderneming voor een koopsom in dollars. De koper had de koopsom in 2002 moeten betalen, maar betaalt pas in 2018. De Nederlandse vennootschap vordert vergoeding van koerswijzigingsschade. Hoge Raad: 1. Maatstaf. Voor het aannemen van het bestaan van koerswijzigingsschade is in beginsel voldoende dat de koers van het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt, is veranderd op voor de schuldeiser nadelige wijze ten opzichte van het geld van een ander land en dat de waarde van het geld van dat andere land voor de schuldeiser relevant is. Of de waarde van het geld van dat andere land voor de schuldeiser relevant is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de woon- of vestigingsplaats van de schuldeiser en de valuta waarin hij zijn transacties gewoonlijk afwikkelt. Het staat de rechter vrij in zekere mate te abstraheren van de omstandigheden van het geval. 2. Toepassing. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat voor het aannemen van koerswijzigingsschade is vereist dat de verkoper het ontvangen bedrag in 2018 heeft omgewisseld in euro’s. Voorts heeft het hof niet gerespondeerd op de stellingen van de verkoper dat zij een Nederlandse vennootschap is, in Nederland is gevestigd en haar transacties in euro’s pleegt af te wikkelen.
HR 20-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1258
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 september 2024
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/02925
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1258, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:564, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Koerswijzigingsschade. Een Nederlandse vennootschap verkoopt een dochteronderneming voor een koopsom in dollars. De koper had de koopsom in 2002 moeten betalen, maar betaalt pas in 2018. De Nederlandse vennootschap vordert vergoeding van koerswijzigingsschade. Hoge Raad: 1. Maatstaf. Voor het aannemen van het bestaan van koerswijzigingsschade is in beginsel voldoende dat de koers van het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt, is veranderd op voor de schuldeiser nadelige wijze ten opzichte van het geld van een ander land en dat de waarde van het geld van dat andere land voor de schuldeiser relevant is. Of de waarde van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.