Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.3.1
1.3.1 Inleiding
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644792:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
D. 41, 1, 12, 1 (Callistratus): “Si aere meo et argento tuo conflato aliqua species facta sit, non erit ea nostra communis, quia, cum diversae materiae aes atque argentum sit, ab artificibus separari et in pristinam materiam reduci solet.”
D. 41, 1, 27, 2 (Pomponius). “Cum partes duorum dominorum ferrumine cohaereant, hae cum quaereretur utri cedant, Cassius ait pro portione rei aestimandum vel pro pretio cuiusque partis. Sed si neutra alteri accessioni est, videamus, ne aut utriusque esse dicenda sit, sicuti massa confusa, aut eius, cuius nomine ferruminata est. Sed Proculus et Pegasus existimant suam cuiusque rem manere.” “Wanneer aan twee eigenaren toebehorende stukken metaal met soldeersel aan elkaar vastzitten, moet, wanneer de vraag wordt opgeworpen aan wie van beiden zij toevallen, volgens Cassius de beoordeling worden gebaseerd op de omvang van het object of de waarde van ieder stuk. Als echter geen van beide stukken accessoir is ten opzichte van het andere, zouden wij wellicht kunnen staande houden dat het voorwerp aan beiden toebehoort – net zoals een samengesmolten klomp – dan wel aan degene te wiens behoeve het aan elkaar gesoldeerd is. Proculus en Pegasus zijn echter van oordeel dat ieder eigenaar blijft van zijn eigen zaak”. Spruit c.s. hebben hier gekozen om “ferruminare” te vertalen met “solderen”, terwijl in D. 6, 1, 23, 5 dit woord is vertaald met “lassen” (zie §1.9.2). Men kan met het woord “ferruminare” verschillende wijze van verbinding van zaken bedoelen. Zie daarover Dernburg (1902), p. 487- 488 en voetnoot 7 van §209, Göppert (1869), p. 9 e.v. en §1.9.2. Aan de keuze voor “solderen” in de hierboven aangehaalde tekst van Pomponius ligt vermoedelijk de laatste zin ten grondslag, waarin Pomponius de mening van Proculus en Pegasus aanhaalt. Zouden de metalen aan elkaar gelast zijn, dan vormen zij een niet-samengestelde zaak (res unita) en in dat geval is het onmogelijk dat beide eigenaren hun eigen zaak in eigendom houden, zoals Proculus en Pegasus beweren, aangezien deze zaken niet langer bestaan. Helaas hakt Pomponius (of Justinianus) in deze tekst niet de knoop door, door aan te geven welke mening de juiste is. Of Pomponius dat in een opvolgende tekst heeft gedaan, blijft helaas onbekend. Die tekst is verloren gegaan. De eerstvolgende tekst van Pomponius in de Digesten is hierboven besproken (§1.2.3 - 1.2.5). Deze gaat over (niet-)samengestelde zaken en zaken die met één overkoepelende benaming werden aangeduid. Zie Lenel (1889), p. 138-139.
Als een van de zaken is aan te merken als “hoofdzaak” dan ontstond een samengestelde zaak. Zie §1.4.3.
Als zaken met elkaar werden verbonden, dan kon de vereniging al dan niet zakenrechtelijke gevolgen hebben. Of de verbinding zakenrechtelijk gevolgen bewerkstelligde, hing af van het antwoord op de vraag of na de verbinding de zaken een eenheid vormden. Of een eenheid was ontstaan, hing weer af van de wijze van verbinding en van de verhoudingen tussen de verbonden zaken onderling. Daarbij was onder meer van belang of de verbinding ervoor zorgde dat de zaken hun zelfstandigheid verloren en of de verbinding ongedaan kon worden gemaakt. Als lood met zilver werd vermengd, dan had de vermenging geen zakenrechtelijke gevolgen, aangezien het lood en het zilver weer uit elkaar konden worden gehaald. Ook brons en zilver behielden hun gedaante.
“Als er, nadat mijn brons en uw zilver samengesmolten zijn, enig voorwerp is vervaardigd, zal dit ons niet in gemeenschappelijk eigendom toebehoren; want hoewel brons en zilver ongelijksoortige materialen zijn, worden zij door ambachtslieden gewoonlijk weer gescheiden en tot hun oorspronkelijke gedaante teruggebracht.”1
Als de verbonden zaken geen eenheid vormden, kon degene die vóór de verbinding een recht had op zijn zaak, dat recht na de verbinding gewoon blijven uitoefenen. Zo had volgens Proculus en Pegasus de verbinding geen zakenrechtelijke gevolgen in het geval twee gelijkwaardige stukken metaal aan elkaar waren gesoldeerd.2 De beide stukken metaal behoorden toe aan twee eigenaren, die na de verbinding hun stuk metaal konden opeisen met de revindicatie. Het solderen bewerkstelligde niet altijd dat de twee zaken tezamen één zaak vormden.3 Solderen is een techniek om metalen onderdelen met elkaar te verbinden door middel van een derde, toegevoegde verbindingslaag, bestaande uit een metaallegering (het soldeer) die een lager smeltpunt heeft dan de te verbinden stukken metaal. Deze metalen kunnen weer van elkaar los worden gemaakt zonder dat daarbij beschadiging optreedt. Daardoor behielden beide zaken hun zelfstandigheid.