Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens
Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/1.6:1.6 Conclusie
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/1.6
1.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267377:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze bijdrage wordt de volgende onderzoeksvraag beantwoord:
‘Welke vormen van schade kunnen ontstaan door onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens? In hoeverre komen deze schadeposten voor vergoeding in aanmerking?’
Aan de hand van drie gegevensbeschermingsprincipes is geschetst dat als gevolg van een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens zowel vermogensschade als immateriële schade in uiteenlopende vormen kan optreden. Onder het huidige juridische raamwerk is het voor de betrokkene echter lastig om compensatie te krijgen voor de onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens. Het komt vreemd voor dat het fundamentele recht op de bescherming van persoonsgegevens in civielrechtelijke zin ‘ongestraft’ kan worden geschonden, tenzij de betrokkene concrete schade lijdt. Kenmerkend voor de onrechtmatige verwerking is dat het juist veelal onbekende en speculatieve gevolgen betreft die mogelijk immateriële, ongrijpbare belangen van de betrokkene aantasten. Hierdoor bestaat een wezenlijk conflict tussen het gegevensbeschermingsrecht en de toepassing van het aansprakelijkheidsrecht, dat concrete en objectiveerbare schade vereist.
Wellicht biedt de AVG uitkomst voor de betrokkene. Een autonome en contextafhankelijke interpretatie van het schadebegrip leidt er mogelijk toe dat het schadevereiste wordt aangepast aan de behoeften van de betrokkene, en aldus een lagere drempel stelt dan het huidige raamwerk. Daarnaast heeft ook de nationale rechter de plicht om het schadebegrip op te rekken, indien hij dat nodig acht met het oog op het verwezenlijken van de doelstellingen van de verordening. Het is daarom zaak voor de nationale en Europese rechter om het schadebegrip in het kader van een onrechtmatige verwerking verder vorm te geven. Tot dan zal de aankomende verordening haar belofte van een effectievere gegevensbescherming en een sterkere positie van de betrokkene niet kunnen inlossen.