V-N 2020/13.12
Inbaarheid is bij afgekocht loonstamrecht niet van belang
HR 28-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:329, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 februari 2020
- Magistraten
De Groot, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
19/01548
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS191283:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
Belastingrecht algemeen (V)
Loonbelasting / Loon
Loonbelasting / Vrijgesteld loon
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:329, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑02‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:1218, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de afkoop van de aanspraak in 2014 ertoe leidt dat de aanspraak op het onmiddellijk aan de afkoop voorafgaande tijdstip wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. De inspecteur heeft deze aanspraak terecht in de belastingheffing betrokken.
Samenvatting
X heeft met toepassing van de (oude) stamrechtvrijstelling een ontslagvergoeding aangewend voor een stamrecht bij zijn eigen bv. In 2014 koopt hij het stamrecht af met toepassing van het overgangsrecht bij de afschaffing van de stamrechtvrijstelling. Hierdoor is 80% van de afkoopsom belast en wordt geen revisierente in rekening gebracht. De netto-afkoopsom wordt (bijna geheel) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.