Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.6.3.2
5.6.3.2 Nieuwe hoofdelijkheid
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590652:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hieronder t.a.v. de 403-vordering.
In zoverre dat het onrechtmatig zal zijn jegens de schuldeiser en dat de inningsbevoegde derde schadeplichtig is jegens de rechthebbende van de vordering.
Aanvaardt de bewindvoerder de aansprakelijkheidsstelling in eigen naam en voor rekening van de rechthebbende wiens vordering onder bewind is gesteld, dan is verdedigbaar dat de rechthebbende in de gevallen genoemd in art. 7:420 lid 1 BW (het verzuim of de insolventie van de bewindvoerder) op grond van art. 7:424 jo 7:420 BW de rechten uit de aansprakelijkheidsstelling op zich kan Iaten overgaan. Gelet op het rechtskarakter van het bewind dient art. 7:420 lid 2 BW buiten toepassing te blijven. Ook is in deze gevallen verdedigbaar dat uit de rechtsverhouding tussen de bewindvoerder en de rechthebbende voortvloeit dat de opbrengst geheel aan de rechthebbende toekomt (art. 3:166lid 2 jo 3:172 BW).
Het is ook denkbaar dat de derde zich hoofdelijk aansprakelijk stelt jegens 'de schuldeiser'. In dat geval is verdedigbaar dat de hoofdelijke aansprakelijkheid uit dien hoofde ten gunste van de stille cessionaris ontstaat. Dit is een kwestie van uitleg van de aansprakelijkheidsstelling.
296. Hoofdelijke aansprakelijkheid kan ontstaan nadat een derde inningsbevoegd is geworden, bijvoorbeeld als de schuldenaar overlijdt en de erfgenamen hoofdelijk aansprakelijk worden (vgl. art. 6:6 lid 3 BW). Wordt aangenomen dat hierdoor verschillende vorderingen ontstaan met even zoveel schuldenaren, dan verkrijgt de schuldeiser een vordering met verschillende schuldenaren, die hoofdelijk aansprakelijk zijn, en is de derde ten aanzien van alle vorderingen inningsbevoegd. Rustte bijvoorbeeld een pandrecht op de vordering, dan komt na het overlijden van de schuldenaar op iedere vordering jegens de hoofdelijk schuldenaren een pandrecht te rusten. Hetzelfde geldt voor de stille cessie. Ontstaat de hoofdelijke aansprakelijkheid op deze manier na de stille cessie, dan profiteert de stille cessionaris daarvan, en is de stille cedent inningsbevoegd jegens de hoofdelijke schuldenaren.
Stelt een derde zich hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de schuldenaar, dan ligt dit even wei anders. Bij de stille cessie zal de aansprakelijkheidsstelling gelet op het 'geheime' karakter van de stille cessie jegens de stille cedent plaatsvinden. Het is de vraag of de stille cedent bevoegd is om een dergelijke aansprakelijkheidsstelling te aanvaarden.
Stelt een derde zich jegens de schuldeiser hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de schuldenaar, dan wordt de derde niet van rechtswege ook inningsbevoegd ten aanzien van deze vordering.1 De pandhouder, vruchtgebruiker en beslaglegger kunnen hierdoor onredelijk worden benadeeld, als de nieuwe schuldenaar vervolgens bevrijdend aan de pandgever, de hoofdgerechtigde of de geëxecuteerde zou kunnen betalen en de pandhouder, de vruchtgebruiker of de beslaglegger daardoor betaling misloopt. Ook een beschermingsbewind dat (te) beperkt is geformuleerd, zou om die reden niet effectief zijn. De pandhouder en de beslaglegger kunnen dergelijke rechtshandelingen met een beroep op de actio Pauliana vemietigen. Ontstaat een dergelijke hoofdelijke aansprakelijkheid, waarbij de derde slechts ten aanzien van een vordering inningsbevoegd is, dan zijn inningsbevoegde derde en de schuldeiser alleen gezamenlijk bevoegd om betalingen in ontvangst te nemen, tenzij zij anders overeenkomen in een beheersregeling (art. 3:170 lid 2 jo 3:168 BW).
De derde kan zich ook hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de schuld van de schuldenaar jegens de inningsbevoegde derde, zoals een pandhouder, pro se. De inningsbevoegde derde, tevens schuldeiser van de andere vordering, kan beide medeschuldenaren in verschillende hoedanigheden tot betaling aanspreken. Door de aansprakelijkheidsstelling jegens de inningsbevoegde derde verwatert echter het belang van de schuldeiser. De inningsonbevoegde schuldeiser dient op grond van art. 6:16 jo 3:172 BW de opbrengst van de vorderingen in beginsel te delen met de tweede schuldeiser, die tevens de inningsbevoegde persoon is ten aanzien van zijn vordering. Het is daarom goed verdedigbaar dat een hoofdelijk aansprakelijkheidsstelling jegens de inningsbevoegde derde prose in beginsel niet is toegestaan2 bij rechtsfiguren zoals bewind, vereffening, executele en faillissement, en in andere gevallen, zoals bij pand, vruchtgebruik, volmachtverIening en derdenbeslag, alleen is toegestaan met de toestemming van de schuldeiser.3
297. Stelt een derde zich hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de stil gecedeerde vordering jegens de stille cedent, dan behoeft de stille cedent daarvoor de toestemming van de stille cessionaris, omdat door de aansprakelijkheidsstelling jegens de stille cedent, de aanspraken van de stille cessionaris verwateren. De stille cessionaris zal naar waarschijnlijkheid alleen instemmen ais de nieuwe vordering bij voorbaat stil wordt gecedeerd (art. 3:97 BW) of ais bij voorbaat wordt bepaald dat de stille cessionaris tot de opbrengst van de vordering gerechtigd is (art. 6:16 jo 3:172 jo 3:168 BW).4 Komen zij dit niet overeen, en verleent de stille cessionaris wei zijn toestemming, dan kan de stille cedent beide medeschuidenaren op grond van art. 6:16 jo 3:170 lid 2 BW dan wei art. 6:16 jo 3:170 lid 2 jo 3:168 BW tot betaling aanspreken.
De stille cedent en de stille cessionaris zijn in beginsel in gelijke delen tot de opbrengst gerechtigd (art. 6:16 jo 3:172 BW), tenzij een regeling anders bepaalt of uit hun rechtsverhouding anders voortvloeit (art. 3:168 jo 3:172 BW respectievelijk art. 3:166lid 2 jo 3:172 BW). Bij de stille cessie is goed verdedigbaar dat uit de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris voortvloeit dat in een dergelijk geval de stille cessionaris tot de opbrengst gerechtigd is. Als de hoofdelijke aansprakelijkheidsstelling een overeenkomst is tussen de stille cedent en de stille cessionaris en als de stille cedent als lasthebber deze overeenkomst is aangegaan voor rekening van de stille cessionaris als lastgever, dan kan de stille cessionaris in de gevallen genoemd in art. 7:420 lid 1 en lid 2 BW (waaronder het faillissement van de stille cedent) de rechten uit de hoofdelijke aansprakelijkheidsstelling op zich laten overgaan door een mededeling aan de stille cedent en de hoofdelijke schuldenaar. Een dergelijke mededeling zal tevens begrepen kunnen worden als mededeling van de stille cessie.