Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten
Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/8.1:8.1 Inleiding
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vrijwel altijd is het budget voor subsidieverlening beperkt. Een dergelijke verdeelprocedure voor schaarse subsidies vertoont gelijkenissen met een aanbestedingsprocedure, zeker als de gelden door middel van een ’tenderprocedure’ worden verdeeld. Indien ervan wordt uitgegaan dat de verdeling van (schaars) (subsidie)geld in essentie weinig verschilt van de verdeling van (schaarse) opdrachten voor goederen of werken, is interessant om te bezien of de rechtsnormen waaraan een aanbestedingsprocedure moet voldoen verschillen van de rechtsnormen waaraan een procedure ter verdeling van schaarse subsidies moet voldoen. Een van deze rechtsnormen is het transparantiebeginsel. Het transparantiebeginsel heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur wordt voorkomen. Dit betekent concreet dat het gemeentebestuur aan het begin van een procedure een passende mate van openbaarheid moet betrachten door het voornemen een opdracht te plaatsen openbaar te maken. Ook alle voorwaarden en modaliteiten van de procedure moeten in de aankondiging (of in een document waar de aankondiging naar verwijst) worden geformuleerd. Dit moet gebeuren op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze. Daarnaast vloeit uit het transparantiebeginsel een motiveringsplicht voort. Het lijkt wenselijk deze rechtsnorm ook bij schaarse subsidieverlening te hanteren, want wie wil nu niet alle potentiële subsidieontvangers gelijk behandelen? Dit uitgangspunt kan bovendien gehanteerd worden bij alle verschillende methodes om subsidie te verdelen (’wie het eerst komt, het eerst maalt’, loting, tender of veiling). Een vervolgvraag is of de introductie van het transparantiebeginsel ook daadwerkelijk tot wijzigingen in het subsidierecht zou leiden of dat de huidige subsidietitel en algemene beginselen van behoorlijk bestuur afdoende zijn. Daarom zal in het hierna volgende de subsidietitel zoals deze is neergelegd in titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de jurisprudentie over (schaarse) subsidieverlening vergeleken worden met de aanbestedingsrechtelijke jurisprudentie over het transparantiebeginsel, zodat de vraag kan worden beantwoord of door toepassing van het transparantiebeginsel de transparantie van subsidieverlening vergroot zou kunnen worden.
Dit artikel is als volgt opgebouwd. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de vraag of in het subsidierecht sprake is van een passende mate van openbaarheid (paragraaf 8.2), wat de inhoud van een bekendmaking moet zijn om een passende mate van openbaarheid te creëren (paragraaf 8.3) en welke eisen het transparantiebeginsel stelt aan de motivering van een subsidiebesluit en de toetsing door de rechter aan dat besluit (paragraaf 8.4). Iedere paragraaf zal afgesloten worden met enkele praktische tips om een subsidieprocedure zo transparant mogelijk te maken.