BNB 2025/61
Zaak Uber. Prejudiciële vragen. ‘Ondernemerschap’ in toetsingskader voor kwalificatie als arbeidsovereenkomst (HR, BNB 2023/95c* (Deliveroo)). Kwalificatie overeenkomsten door de rechter in Wet AVV-procedure
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:319, m.nt. A.L. Mertens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. De Groot, Du Perron, Schaafsma, Salomons, Makkink
- Zaaknummer
24/00877
- Conclusie
A-G De Bock
- Noot
A.L. Mertens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9466:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:319, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:996, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2024
- Wetingang
Art. 7:610 BW; art. 3 lid 2 Wet AVV
Essentie
Zaak Uber. Prejudiciële vragen. ‘Ondernemerschap’ in toetsingskader voor kwalificatie als arbeidsovereenkomst (HR, BNB 2023/95c* (Deliveroo)). Kwalificatie overeenkomsten door de rechter in Wet AVV-procedure
Samenvatting
Uber biedt aan taxichauffeurs de mogelijkheid om via het Uber-platform actief te zijn op de bel- en bestelmarkt. Directe toegang als zelfstandige partner is mogelijk voor chauffeurs die een chauffeurskaart en ondernemersvergunning hebben. Chauffeurs die een chauffeurskaart hebben maar geen ondernemersvergunning, kunnen gaan rijden voor een chauffeur die andere chauffeurs inzet om vervoersdiensten te verrichten. Aangesloten chauffeurs dienen akkoord te gaan met algemene voorwaarden van Uber. Hierin is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.