V-N Vandaag 2023/2116
Hogere immateriële schadevergoeding voor BPM-zaak
Hof 's-Hertogenbosch 05-07-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2187
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
5 juli 2023
- Zaaknummer
21/01242
- Vakgebied(en)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2023:2187, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 05‑07‑2023
- Wetingang
Algemene wet bestuursrecht (BWBR0005537, 8:75)Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001000, 6)Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (BWBR0005806, 10)Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (BWBR0005806, 9)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 20)
Essentie
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de datum van de tweede naheffingsaanslag als startdatum van de redelijke termijn heeft genomen. De procedures tegen beide aanslagen zijn namelijk één geheel.
Samenvatting
X bv doet BPM-aangifte voor een Range Rover en voldoet op basis van de 'herleidingsmethode' € 17.287. In geschil is de naheffing van € 11.132. Tot hetzelfde bedrag was eerder ook al een aanslag opgelegd, maar die was niet correct aangekondigd, zodat die bij uitspraak op bezwaar is vernietigd. Volgens Rechtbank Den Haag is de tweede naheffingsaanslag geoorloofd, omdat er bij naheffing geen nieuw feit nodig is. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.